?

Log in

Nu weet ik het zeker: ik wil naar Paraty! (Vrijdag 11 oktober - Dag 3 Frankfurter Buchmesse)

Oct. 13th, 2013 | 05:34 pm

De Braziliaanse schrijvers die ik wilde zien blijken in het weekend of op locaties buiten het terrein van de Buchmesse te zijn geprogrammeerd. Hun optredens zijn in de eerste plaats voor het Duitse publiek bedoeld, en niet voor de internationale boekenvakkers, die er tijdens de vakdagen van woensdag t/m vrijdag met vakgenoten vooral op gericht zijn om vertaalrechten te kopen of verkopen. 

Gelukkig liepen er op het beursterrein nog voldoende andere Brazilianen rond die me wegwijs konden maken bij mijn verkenningstocht door het Braziliaanse schrijverswoud. Samuel Titan, uitgever van Editora 43, somde op mijn verzoek een aantal Braziliaanse schrijvers op die hij de moeite waard vond: Michel Laub (1973), wiens roman ‘Overal en altijd weer’ deze maand door Anthos in Nederlandse vertaling is uitgebracht, Francisco Alvim (1938), een oudere dichter en voormalig diplomaat; Milton Hatoum (1952), die als een van de grote hedendaagse Braziliaanse schrijvers wordt beschouwd en in Nederland wordt uitgegeven door Atlas, schrijver en illustrator Bernardo Carvalho (1960) en dichter en korte verhalenschrijver Fabricio Corsaletti (1978).

Bij de stand van Companhia das Letras gaf een enthousiaste Braziliaanse medewerkster me een stapel boekjes mee met vertaalde fragmenten van auteurs van wie de uitgeverij denkt er de internationale markt mee te kunnen veroveren: Carol Bensimon (1982), opgenomen in Granta’s Magazine The Best of Young Brazilian Novelists, Sergio Rodriguez (1962) die voor zijn oeuvre de prestigieuze Braziliaanse Premio Cultura ontving, de met literaire prijzen overladen Carlos de Brito e Mello (1974) en de jonge veelbelovende schrijfster Juliana Frank (1985).

Informatief waren ook de verhalen van op de beurs aanwezige Braziliaanse festival- en boekenbeursorganisatoren. De biënnales in Rio de Janeiro en São Paulo zijn het ‘Frankfurt’ van Brazilië: de twee steden zijn al meer dan twintig jaar om en om gastheer van de grootste boekenbeurs van het land. Sônia Jardim, organisator van de beurs in Rio de Janeiro, sloeg het publiek om de oren met de wapenfeiten van 'haar' beurs: in augustus 2013 hadden ze 660.000 bezoekers, werden er 1000 nieuwe boeken gelanceerd, 3.5 miljoen boeken verkocht, en waren er 51 % van de bezoekers in de leeftijd van 17-20 jaar. Tijdens de beurs hangen de straten vol met vlaggen en posters en wordt er een uitzondering gemaakt op de regel dat er in Rio geen straatreclame gemaakt mag worden. Jaarlijks wordt met een themaland gewerkt: van de Europese landen zijn Portugal, Spanje, Frankrijk en Italië al aan bod geweest en gastland Duitsland heeft dit jaar 9 schrijvers geleverd. Momenteel wordt druk overlegd wie er in 2015 gastland zal zijn. Op mijn vraag of Nederland geen goede optie zou zijn, reageert ze bevestigend.

De Nederlandse literaire agente Marleen Seegers vertegenwoordigt diverse Braziliaanse auteurs en verkocht er inmiddels ook enkele aan Nederland. 'De sleutel tot het familiegeheim’ van Luisa Valente is inmiddels verschenen bij Nieuw Amsterdam. De rechten van Robeldo Wrobers 'Translating Hannah' gingen naar de Geus, die het boek in maart 2014 uitbrengen. Signatuur gaat ‘Palma’s Rice’ vertalen onder de titel 'Familie is het moeilijkste gerecht'. In Brazilië zelf bestaat volgens Seegers vooral veel aandacht voor jeugdboeken, doordat uitgevers subsidie ontvangen om educatief materiaal te ontwikkelen voor jonge lezers; er is veel belangstelling voor thema’s als pesten, verlies en het overlijden van een familielid. Seegers bezocht in augustus de biënnale in Rio, en vond het weliswaar nuttig om heen te gaan, maar niet zo aantrekkelijk gelegen op een locatie ver buiten het centrum.

Het jaarlijkse in juli gehouden internationale literatuurfestival FLIP, niet ver van Rio, heeft door de aantrekkelijke ligging in het historische aan tropische stranden gelegen stadje Paraty een belangrijke streep voor. Dit vijfdaagse festival is sinds de oprichting in 2003 een groot succes gebleken, dat volgens curator Miguel Conde veel navolging heeft gekregen in andere plaatsen in het land. FLIP brengt buitenlandse auteurs naar het festival, en programmeert naast bekende Braziliaanse auteurs ook zangers zoals Gilberto Gil en Chico Buarque. Als ik zijn verhalen hoor en beelden van het festival zie weet ik het zeker: ik moet dat festival een keer bezoeken. Wie weet in 2015, als Nederland gastland wordt in Brazilië?

Presentatie Paraty in de Brazilië-expositie op de Buchmesse

Link | Leave a comment | Share

Waar zijn de Braziliaanse schrijvers? (donderdag 10 oktober Frankfurter Buchmesse dag 2)

Oct. 13th, 2013 | 05:29 pm

Pedal to BrazilToen ik vanochtend de deur achter mij dichttrok hoorde ik een voorbijganger op straat in haar telefoon druk Portugees praten, van het zangerige soort dat in Brazilië wordt gesproken. Afgelopen weekend heb ik me er ook nog aan verlustigd, tijdens een feestje van vrienden van mijn man die op capoeira zit. In Nederland, maar ook in de rest van Europa, is die Braziliaanse vecht-danssport

razend populair. De sport vindt zijn oorsprong in de schijnbewegingen die de Afrikaanse slaven in Brazilië maakten om hun meesters te misleiden: ze oefenden zich in het vechten terwijl ze deden alsof ze dansten. Op het feestje waren twee 'Mestres' (meesters) aanwezig: de een woonde en gaf capoeirales in Bern en de ander in Granada. Ze waren nu een weekendje in Nederland om een 'bautizado' voor de club van mijn man en zijn vrienden te verzorgen, wat letterlijk 'doop' betekent maar als ik mijn man mag geloven geen eng ritueel is, maar een soort masterclass waarbij je wordt bevorderd tot een volgend niveau, zoiets als wanneer je bij judo van een bruine naar een zwarte band gaat.

Als ik op Amsterdam CS in de hispeed naar Frankfurt stap hoor ik de jongeren die voor mij de trein ingaan ook Portugees praten. Ik vraag of ze ook naar de boekenbeurs in Frankfurt gaan, maar nee, ze hebben nog nooit van de Buchmesse gehoord, ze zijn hier gewoon omdat ze in Wageningen studeren, met een Braziliaanse studiebeurs. Het land investeert niet alleen in het exporteren van haar schrijvers, maar ook in de opleidingen van haar studenten.

Brazilië lijkt ineens all over the place, en dan ben ik nog niet eens in Frankfurt aangekomen. Komt het doordat de Braziliaanse economie zo booming is? Moeten wij nu naar Brazilië om de Nederlandse literatuur daar aan de man te brengen?

Het Nederlands Letterenfonds treft al voorbereidingen in die richting. Zodra het WK voetbal in 2014 in Brazilië achter de rug is, zijn in 2015 of 2016 hopelijk de Nederlandse schrijvers aan de beurt om de literaire festivals en boekenmarkt in Brazilië te veroveren. De Braziliaanse uitgever die hier afgelopen week op uitnodiging van het Nederlandse Letterenfonds op bezoek was en met wie ik het genoegen had kennis te maken, maakte alvast een rondje Nederlandse uitgevers op zoek naar schrijvers die hij in Brazilië kon laten vertalen.

Hij nuanceerde de geluiden over hoe goed alles in Brazilië ging. Mensen kijken er ook liever naar de soaps op tv dan dat ze boeken lezen; de boekendistributie is er hopeloos slecht geregeld, en ook in Brazilië valt er met het verkopen van goede boeken nauwelijks een droge boterham te verdienen. De eerste oplage van een mooie roman ligt er rond de 1500 à 2000 exemplaren, vergelijkbaar met die in Nederland, terwijl ons land onvergelijkbaar veel kleiner is.

Op de Buchmesse aangekomen vraag ik bij de informatiebalie om een overzicht van Braziliaanse evenementen en krijg ik een veelbelovend kloeke gids 'Events within the Fair' waarin ik na veel gepuzzel nog geen fractie van de 70 beloofde Braziliaanse schrijvers terugvind. 's Avonds beland ik bij toeval in een restaurant waar de presentatie van een boek van de Fransman Olivier Truc plaatsvindt, wiens thriller door talrijke buitenlandse uitgevers is gekocht. Een stuk of twintig internationale uitgevers gaan met elkaar op de foto, inclusief de trotse Nederlandse uitgever Nelleke Geel van Signatuur. Als ik binnenkom word ik aangezien voor de Braziliaanse uitgever, die niet is komen opdagen.

Waar zijn de Brazilianen in Frankfurt gebleven? Waarom hoor ik ineens niemand meer Portugees praten?

Link | Leave a comment | Share

Braziliaanse schrijvers op de Frankfurter Buchmesse (Dag 1 woensdag 9 oktober)

Oct. 13th, 2013 | 05:25 pm

Brazilie gastlandBrazilië: ik ben er nog nooit geweest, maar ik hou van dat land. Ik ken het alleen van verhalen en uit boeken en films. Uit de verhalen van mijn broer, die er jaren gewoond heeft en zich onlangs weer in Rio heeft gevestigd. En uit de prachtige boeken die August Willemsen met zijn mooie vertalingen en nawoorden in Nederland introduceerde. De onvergetelijke romans van Machado Assis, Graciliano Ramos, João Guimarães Rosa, om meteen maar enkele grote klassiekers te noemen. En de erotische gedichten van Carlos Drummond de Andrade, die Heddy Honigmann in haar ontroerende documentaire 'O amor natural' door stelletjes op leeftijd liet declameren. De bejaarden raakten er helemaal hitsig van.

Als student had ik het voorrecht colleges te volgen bij August Willemsen. Hij kon uren wijden aan het doorgronden van één alinea tekst, terwijl alle studenten aan zijn lippen hingen. In het gewone leven stotterde hij, maar als hij ons vertelde over de schatten uit de Portugese en Braziliaanse literatuur stroomden de woorden zijn mond uit als de rivier de Amazone. Hij schreef al even gepassioneerd over zijn reizen door Brazilië in het boek 'Braziliaanse brieven.' Niet alleen over wat hem er zo aan beviel, maar ook wat hem als stugge Hollander verbaasde en ergerde: de bureaucratie, het lawaai, het uitbundige vertoon van sensualiteit en sentimentaliteit, de mannen die elkaar op straat om de hals vielen, de verzengende hitte die maakte dat je alweer begon te zweten als je net onder de douche vandaan kwam. Het was een boek vol subliem gekanker op een land waar hij ongeneeslijk aan verslingerd was geraakt.

Andere jaren, toen ik naar Frankfurt ging om boeken te acquireren, ging het vaak volkomen langs me heen welk land er focusland was en wat er rond dat 'Schwerpunkt' georganiseerd werden. Tegenwoordig werk ik niet meer als redacteur of uitgever maar als coördinator en programmamaker voor het internationale literatuurfestival Writers Unlimited, en dit jaar ga ik vooral omdat Brazilië themaland is. Ik ben benieuwd naar het blik schrijvers dat de organisatie heeft opengetrokken: misschien zit er iemand bij die we volgend jaar naar ons festival kunnen uitnodigen. Iemand die prachtige boeken schrijft die we nog niet kennen, die we ook in Nederland kunnen introduceren, en die ook op een podium uit zijn woorden kan komen, bij voorkeur in goed verstaanbaar Engels.

Keuze zat, zou je denken. Er zijn maar liefst zeventig schrijvers uit Brazilië ingevlogen. Maar afgelopen week sprak ik een Braziliaanse uitgever die er schande van sprak dat zijn land zo met hagel schiet, in plaats van een kleiner maar zorgvuldiger geselecteerd en geprogrammeerd aanbod te verzorgen. En hoewel Paulo Coelho door zijn eigen Nederlandse uitgever schaamteloos ‘Braziliës beste literaire exportproduct’ wordt genoemd, heeft ook hij laten weten om die reden niet naar de Buchmesse te willen komen.

Misschien kan ik dus beter naar Brazilië om de écht goede schrijvers van nu te vinden. Ik zou niets liever willen. Maar nu toch eerst maar even naar Frankfurt.

Link | Leave a comment | Share

Tortured by the bell

Mar. 16th, 2012 | 11:06 am

Saved by the bell, kent u die uitdrukking? Nou ik niet. Onze deurbel dreigt mijn ondergang te worden.
Soms weigert hij dienst en dwingt hij bezoekers op het raam te bonken - iets wat ik alleen hoor als ik op dat moment toevallig in de buurt ben. Het maakt geen al te gastvrije indruk, maar daar valt nog wel mee te leven. Onaangenamer is dat de deurbel ook graag spontaan in luidruchtig geschal losbrandt, zonder dat er mensenvingers aan te pas komen. Hadden we zo'n lieflijke klingelbel, dan hoefde dat ook geen onoverkomelijk probleem te zijn. Maar onze bel is vermoedelijk speciaal ontworpen voor doven en slechthorenden: hij klinkt opdringerig door tot in de verste uithoeken van het huis. Het is net een klein kind dat om aandacht schreeuwt. De enige manier om hem tot zwijgen te brengen is hem even persoonlijk aan te raken. Soms houdt hij zich wel een week lang koest, maar het komt ook voor dat hij me meermalen per dag naar de voordeur laat rennen om gestrest een eind te maken aan het oorverdovende gekrijs.
De bel vindt mijn vertoon van toewijding blijkbaar nog niet overtuigend genoeg en is sinds kort overgegaan op zwaarder geschut. Ook 's nachts moet ik nu voor hem klaarstaan. De eerste nacht stond ik bij het horen van het bekende geluid meteen klaarwakker naast mijn bed en vloog de trap af. De voordeur zat op het nachtslot, dus het duurde even voor ik hem open had en intussen  waren mijn trommelvliezen al half aan flarden. Vlak voor ik de deur opende hield de bel er uit eigen beweging mee op. En dat nu wekte mijn argwaan. Dergelijk pesterig raffinement was ik van mijn bel niet gewend. Hier moest meer aan de hand zijn. Ik deed een stap naar buiten om te zien of het gebel misschien toch door mensenhanden in gang was gezet. Maar ik zag niemand en keerde weer terug naar bed, klaarwakker en met ijskoude voeten, niet meer in staat de slaap te vatten. Complottheoriëen spookten door mijn hoofd: misschien waren het inbrekers geweest, die hadden aangebeld om te kijken of we thuis waren en zich snel uit de voeten hadden gemaakt toen zij mij in de weer hoorden met het nachtslot. De volgende ochtend moest mijn man, die overal doorheen had geslapen, smakelijk lachen om mijn verhaal. Ik zag er, slechtgehumeurd door het slaapgebrek, de lol niet van in. 'Zit niet zo dom te lachen en vervang die stomme bel nu eindelijk eens een keer,' beet ik hem toe, maar hij haalde zijn schouders op, want hij had nergens last van.
Vanacht was het weer zover. Ik schrok wakker, terwijl mijn man opnieuw stoïcijns door het geluid bleef heen slapen. Ik stootte hem ruw wakker: 'De bel gaat weer af. Nu mag jij hem uitzetten.' Het enige wat hij kon uitbrengen was een slaperig: 'huh? huh?', als een hummende tweede stem die het dwingende gekrijs van de bel ondersteunde. waarna hij het dekbed over zijn hoofd trok om weer vrolijk verder te slapen. Van hem hoefde ik weer niets te verwachten. Dus rende ik maar weer mijn bed uit, net als vroeger toen de kinderen nog klein waren en ' s nachts ook spontaan afgingen zonder dat mijn man het ooit hoorde. Weer hield de bel er plagerig mee op vlak voor ik hem zelf kon uitzetten.
Terug in bed was ik zo woedend dat ik mijn man woest door elkaar schudde totdat ook hij goed wakker was. 'Lachen!' beval ik hem sissend. 'Je vindt het toch zo grappig. Nou lach dan! Lach dan!' Hij lachte slaperig, om zo snel mogelijk van me af te zijn, of  misschien wel omdat hij vond dat ik me belachelijk gedroeg. Zo worden mijn huwelijk en mijn nachtrust steeds verder ondermijnd. Ik zou eigenlijk een nieuwe bel moeten kopen, maar daarvoor ben ik veel te moe.

Link | Leave a comment | Share

Grootse roman van Martijn Knol

Mar. 15th, 2012 | 03:08 pm

Martijn Knol heeft een bij vlagen briljant boek geschreven dat tot nu toe ten onrechte vrijwel onopgemerkt is gebleven en dat ik graag onder de aandacht zou willen brengen van literatuurliefhebbers.

'Alles kan kapot' bestrijkt de lotgevallen van drie generaties familieleden. Als lezer ga je met de personages steeds verder terug in de tijd en ben je er getuige van hoe zij door hun ervaringen worden gevormd en beschadigd. Het boek eindigt in 1945 met het voornemen van Ambrosius om helemaal opnieuw te beginnen. Hij besluit te zwijgen over het geweld dat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog als jonge fabrieksarbeider in Zuid-Duitsland heeft gezien en ondervonden. Als lezer weet je inmiddels dat deze zelfde man zijn dochter Merel, die dan nog geboren moet worden, later - door incest - zal gaan beschadigen en ook tot een eenzaam zwijgen zal veroordelen. En dáárvoor, aan het begin van het verhaal, dat opent  in 2011, hebben we kunnen lezen hoe Merels ervaringen haar kinderen hebben beïnvloed: de gevoelige Jonathan, die zich geen raad weet met zijn moeders pijn, en de stoere Serafijn, die in het scheppen van kunst een vorm vindt om zich te uiten.

Serafijn is één van de belangrijkste personages in het boek. Haar grote liefde is de sensuele Kat, die in gewelddadige opwellingen niet alleen Serafijn fysiek te lijf gaat, maar ook haar kunstwerken vernielt. Serafijn laat zich niet snel uit het veld slaan door de destructieve buien van haar geliefde; zij verstaat de kunst uit alle brokstukken weer iets nieuws te creëren. De kunstwerken van Serafijn bieden stof tot prachtige en soms ook humoristische bespiegelingen over kunst; zo last de auteur ronkende ‘citaten’ in van geborneerde kunstcritici die haar allerlei intenties toeschrijven, die de kunstenaar er zelf nooit mee heeft gehad.

Martijn Knol is een taalvirtuoos met onbegrensde verbeeldingskracht, die als geen ander de kunst van het kijken verstaat. Zijn ongebreidelde nieuwsgierigheid en scherpe observatievermogen staan borg voor een beeldende en zintuiglijke manier van vertellen. Zo weet hij de val van een ladder, die in werkelijkheid hooguit enkele seconden in beslag kan nemen, uit te spinnen tot een bloedstollend spannende passage die de lezer pagina’s lang in de ban houdt, en die uitmondt in een onwaarschijnlijke, maar toch volledig geloofwaardige dramatische ontknoping.

Een goede schrijver kan het meest onwaarschijnlijke, ja zelfs het onmogelijke mogelijk maken, zo illustreert Martijn Knol in passages waarin het heel aannemelijk is dat mensen kunnen vliegen of over water lopen, ja zelfs doodgaan en dan toch gewoon weer opduiken, niet in de fantasie en niet als geest, maar domweg als uit de dood teruggekeerd personage dat   op onnadrukkelijke wijze opnieuw een plaats opeist in het verhaal. Met dit soort ingrepen  ontregelt hij de lezer, die zich erbij moet neerleggen dat niet alles met het verstand te duiden is, maar zich tegelijkertijd realiseert waarom literatuur zoveel boeiender is dan de werkelijke wereld: omdat alles kan. 

Link | Leave a comment | Share

Anil Ramdas overleden

Feb. 17th, 2012 | 01:38 pm


Anil Ramdas in het programma Surinaamse dromen in Writers Unlimited Winternachten festival Den Haag, op zaterdag 21 januari 2012 - foto Serge Ligtenberg

Zojuist bereikte mij - via het Writers Unlimited Festival waar ik als programmacoördinator kort geleden nog met Anil Ramdas heb samengewerkt - het onwerkelijke en schokkende nieuws dat hij gisteren op zijn 54e verjaardag is overleden. Volgens een familielid die Anils dood aan NRC Handelsblad bevestigde, gaat het om een zelfverkozen dood.

Op zaterdag 21 januari presenteerde hij in het festival Writers Unlimited nog het programma 'Forgive or Forget', met schrijvers Adriaan van Dis, de Zuid-Afrikaanse Kopana Matlwa en de Indonesische Leila Chudori. Ook nam hij deel aan het programma 'Surinaamse dromen,' waarvoor hij deze column schreef.  

ANIL'S DROOM VOOR SURINAME
Geschreven in opdracht van Writers Unlimited, januari 2012

Ik heb een droom. De droom dat mijn land Suriname de 21ste eeuw bereikt. U zult zeggen: de wereld zit al 12 jaar in de 21ste eeuw.

Ja, maar niet Suriname. Suriname drijft nog ergens in het verleden. En dat had ik niet verwacht, toen ik 5 jaar geleden besloot er een jaar door te brengen.

Tijdens de wisseling van het millennium was ik in India, als correspondent voor NRC-Handelsblad. Ik verhuisde met mijn hele gezin, en ik had ze gewaarschuwd: we gaan een tijdje wonen in een achterlijk land. Ze hebben er niets. Geen brede wegen of mooie auto’s, geen spannende tv, geen mooie winkels en restaurants, en geen broodroosters, wekkerradio’s, magnetrons. Of cd-spelers. Ze gebruiken nog iets als een cassettebandje, en ik legde mijn kinderen uit wat dat was. Alles is daar lekker ouderwets, legde ik mijn kinderen uit. En ik legde ze uit wat het woordje ouderwets betekende.

In januari van het jaar 2000 kregen we in ons huis in Delhi een telefoonverbinding. En op een middag was de schoonmaakster de voorkamer aan het dweilen. Toen ging plotseling de telefoon over. Ring, ring, ring. De vrouw schrok hevig en deinsde terug. Wat is dat voor raar ding, dat ineens geluid maakt. Een deurbel kende ze wel. Maar wat was dit in Godesnaam.

Ik wist haar te kalmeren, nam de horen van de haak en voerde een gesprek. Ze bleef peinzend kijken. Meneer is gek geworden. Hij praat in een ding.

Drie jaar later, beste mensen, lachte diezelfde schoonmaakster mij uit. Omdat zij mij moest uitleggen hoe ik hippe ringtones kon downloaden voor mijn mobiele telefoon.

Deze revolutie wilde ik ook in Suriname meemaken. Daarom besloot ik in 2007 mij een jaar te vestigen in Paramaribo. Maar in Suriname wilden de machthebbers niet weten van de moderne technologische revolutie. Venetiaan, op dat moment de president van het land, was nog in het radio- en telex-tijdperk. Dat vond hij modern genoeg.

Hoe is dat mogelijk, vroeg ik me af. Waarom is internet in Suriname 135 keer zo duur als in bijvoorbeeld Trinidad, ook in het Caribische Gebied.

Omdat de machthebbers in de vorige eeuw zijn blijven steken. Als ze dromen, kijken ze naar beneden. Dan zien ze de mogelijkheden: alles wat uit de grond kan komen. Goud, hout, olie, rijst, bananen. Ze denken dat dat de toekomst is van het land.

Neen, beste mensen. De toekomst van het land zit in de lucht. Op twee manieren. Ten eerste hangen daar de satellieten, waardoor we al onze goed geschoolde jongeren kunnen helpen aan een baan. Ja, in callcenters, zoals ze dat in India ook hebben gedaan. Suriname is het enige land waar Nederlands wordt gesproken terwijl het loonniveau een derde is van Nederland. We kunnen alle klantenservice-afdelingen van alle Nederlandse bedrijven moeiteloos in één dag overnemen.

Maar er komt ook nog iets anders uit de lucht: de Surinamers uit Nederland. Ze zijn hooggeschoold en ze verlangen naar de warmte. Deze Surinamers worden in hun eigen land met schele ogen aangekeken. Met jaloezie en rancune. India deed het omgekeerde: vanaf 2000 werden alle geschoolde Indiërs die in Engeland en Amerika woonden, met open armen ontvangen, om in hun eigen land te ondernemen en de ontwikkeling te bevorderen. Maar in Suriname vinden ze ons een soort verraders. En daarom willen deze zwarte Nederlanders, zoals ze sarcastisch worden genoemd, zich er niet vestigen.

Ik heb dus een droom voor mijn land, en ik zeg telkens opzettelijk mijn land. Dat ze er naar boven kijken, naar de volle vliegtuigen en de moderne satellieten. Kijk niet naar beneden, Suriname, kijk naar boven. Ik droom dat mijn land de 21ste eeuw bereikt. Ik droom dat het land mijn soort mensen, ons soort mensen bereikt.
                                                                     ***

Kort na zijn optreden in januari in Den Haag schreef hij ons: "Dank voor een fijne, boeiende avond. Was heel blij na afloop, en had weer eens flink veel hoop. Jullie zijn gevers van hoop - op een betere wereld,

Lieve groet,

Anil Ramdas

Link | Leave a comment | Share

schrijverstournee Kuala Lumpur en Makassar juni 2011 dag 9

Feb. 3rd, 2012 | 02:59 pm

Donderdag 16 juni 2011

S Ochtends bezoeken we met de chauffeur een straat waar we wat souvenirs kunnen kopen.

Gunduz vertrekt vervolgens naar de universiteit, waar hij een lezing houdt voor studenten. Hij komt daar enorm enthousiast van terug: voor hem was dat een van de meest interessante ervaringen.

Abeer doet een programma met kinderen. Ze vertelt in het Arabisch een verhaal over een Spaanse stier, met zoveel gebaren en stemverheffingen, dat het ook zonder tolk al een prachtige vertoning is. Het is een groot succes. Lily deelt de kinderboeken die ik had meegenomen uit Nederland onder de kinderen uit.

Later op de middag is er ook nog een discussie over Writing in the era of the new media. Het is erg heet in de zaal, die toch behoorlijk vol zit, met zo’n 150 mensen. Maaza vertelt dat ze zo min mogelijk gebruik probeert te maken van de sociale media omdat ze haar afhouden van haar werk. Maar dat ze toch ook heel blij is met de nieuwe communicatiemogelijkheden: nu kan ze vanuit New York skypen met haar familie in Ethiopie. En hier in Indonesie heeft ze al facebookvrienden ontmoet.

Abeer zegt dat ze minstens vier uur per dag besteedt aan facebook en internet. Ze vertelt dat tijdens de revolutie internet eerst werd afgesloten. Toen gebruikten mensen hun mobiel en uiteindelijk klopten ze gewoon op elkaars deuren om elkaar op te roepen naar het Tahirplein te komen. We hoeven geen slaaf van machines te zijn en moeten het menselijke contact niet verliezen. Maar nieuwe technologie brengt ook weer nieuwe manieren met zich mee om verhalen te vertellen, bijvoorbeeld via I-pad, video, tekeningen.

’s Avonds is er een slotprogramma, een godsgruwelijk goede maaltijd (met lekkerste tonijn ever). We vertellen een verhaal over vis, met als schakel de gerookte haring die ik uit Nederland heb meegebracht. Het wordt een ontzettend grappig verhaal over de United Nations of Fish. Rodaan neemt nog een laatste keer het applaus in ontvangst voor de voordracht van zijn poëzie.

We dansen nog wat met de koks en het bedienend personeel en vertrekken dan naar het hotel, waar we in de lounge nog tot diep in de nacht dansen en Nederlandse, Engelse en Indonesische liedjes zingen, met Ton als gitarist. Van sommige Nederlandse liedjes (hoofd, schouders knieen teen, knieen teen) blijkt een Indonesische variant te bestaan. We lachen ons gek. Het is een prachtige afscheidsavond. De verbroedering ten top.

Link | Leave a comment | Share

schrijverstournee Kuala Lumpur en Makassar juni 2011 dag 8

Feb. 3rd, 2012 | 02:48 pm

Woensdag 15 juni

Bezoek aan een eiland voor de kust van Makassar. De bedoeling was dat we na verkenning van het eiland weer een voordracht zouden doen, maar de elektriciteit is uitgevallen op het eiland, waardoor weer geen projecties kunnen plaatsvinden. Het is te warm om het in de open lucht te doen, dus besloten wordt dit onderdeel naar de middag te verplaatsen. Terwijl we wachten op de boot die ons mee terug moet nemen, en op dat deel van de groep dat nog ergens achterblijft, doet Rodaan samen met een lokale schrijver als tolk een spontaan optreden op de kade. Het is prachtig en de plaatselijke bevolking kijkt geboeid toe.

’s Middags terug in het hotel volgt er een discussie tussen de lokale schrijvers en de buitenlanders. Er wordt veel over geloof en censuur gepraat. Naar aanleiding van het contrast tussen de armoe op het eiland dat we bezocht hebben, en de bouw van een nieuwe dure moskee op het piepkleine eiland, terwijl er al een moskee was, stelt Gunduz de vraag: stel dat je kritiek zou willen leveren op de bouw van die moskee, zou je dat dan vrijuit kunnen doen? Een van de Indonesische schrijvers antwoordt dat hij zich vrij zou voelen om er een gedicht over te schrijven. Poezie blijkt hier de beste vorm om kritiek te leveren, zoals satire dat in Maleisie was. De Indonesiërs proberen het beeld te nuanceren dat het een onvrij land is, er bestaan sinds 1998 ook organisaties waarin homo’s en transseksuelen zich organiseren, en in de literatuur wordt er nu ook over deze zaken geschreven. ‘We voelen ons nu veel vrijer om te schrijven waarover we willen,’ zegt Lily. Een van de vrouwen – Ernie, een verlegen ogend meisje met hoofddoek – blijkt erotische gedichten en proza te schrijven. Abeer vraagt of haar ouders dat weten, Ernie antwoordt bevestigend. Abeer zegt onder de indruk te zijn: zelf draagt ze geen hoofddoek en wordt ze gezien als een vrije vrouw, maar ze houdt haar werk voor haar vader verborgen omdat ze weet dat hij het afkeurt. ‘I dare to provoke society, but not my dad.’

 Een andere Indonesische vrouw heeft meegewerkt aan Indonesische vagina-monologen, die als zeer schokkend en taboedoorbrekend werden ervaren, maar niet verboden. Dat je een hoofddoek draagt wil niet zeggen dat je niet over seks kunt praten. Literatuur is iets anders dan religie. Indonesie is het grootste islam-land ter wereld, maar het is een gematigde vorm van islam, die vrouwen toestaat om een maatschappelijke rol te spelen. De enige bedreiging vormen de radicale moslimorganisaties. Die houden wel filmvertoningen tegen, maar de literatuur wordt met rust gelaten.

Maaza vertelt dat er in Ethiopie geen vrouwelijke schrijvers zijn; dat vroeger moslims en christenen in goede harmonie samenleefden maar nu sinds een jaar of 12 niet meer, de samenleving is geradicaliseerd.

Gunduz haakt hierbij aan en vertelt over het proces van islamisering in Turkije: hoe de openbare ruimte kleiner wordt, hoe ook hij zijn gedrag op straat aanpast uit angst om iemand te beledigen en om die reden het mikpunt van agressie te worden. Als voorbeeld noemde hij het feit dat hij niet meer in het openbaar durft te eten tijdens ramadan. Als je een winkel hebt wil je bijvoorbeeld niet dat je dochter zich frivool kleedt want dan kopen ze niet meer bij jou. 

Het gesprek gaat verder over godsdienst en literatuur. Rodaan zegt: ik schrijf over de golven van de liefde, die zijn niet christelijk, niet moslim, niet nationaal, maar universeel.

s’Avonds zijn er weer optredens van buitenlandse en lokale schrijvers. Er is veel publiek – zo’n 300 man – en hoewel het weer in de openlucht is, is er nu een goede projectie mogelijk. Rodaan en zijn Indonesische nieuwe schrijversvriend en tolk maken er samen een enorme show van met gezang en al. Zelfs de taxichauffeurs blijven achter de heg stilstaan om toeschouwer te kunnen zijn van dit spektakel.

Na afloop bezoeken we met een stel Indonesische schrijvers, meisjes en de chauffeur een restaurant en een karaoke bar en hebben we urenlang ongelooflijk veel lol met het zingen van Engelse en Indonesische liedjes.

Link | Leave a comment | Share

schrijverstournee Kuala Lumpur en Makassar juni 2011 dag 7

Feb. 3rd, 2012 | 02:42 pm

Dinsdag 14 juni 2011

We bezoeken met de bus Galesong Village, een vissersdorp buiten Makassar. Een wandeling door het dorp loopt gigantisch uit omdat we ons met een onmogelijk groot en dus log gezelschap door het dorp bewegen en onderweg weer iedereen met iedereen op de foto moet.

Vervolgens krijgen we een schitterend muziekoptreden door de plaatselijke jeugd – een van de jongens zingt zo zuiver en mooi dat de tranen ervan in je ogen springen.

Na een kleine eenvoudige maaltijd ter plekke installeren we ons voor het optreden. Dat blijkt ook in de open lucht plaats te vinden. Het publiek – zo’n 100 man - bestaat ook grotendeels uit scholieren en analfabete vissers.

We moeten improviseren, want het licht is zo fel dat we geen teksten kunnen projecteren. Al gauw blijkt dat het geen zin heeft de voorbereide teksten voor te dragen. Die teksten zijn te moeilijk en duren te lang nu er getolkt moet worden, blijkt als Abeer als eerste een moeizame poging doet om haar tekst voor te dragen. Gunduz vertelt dus een mooi kort verhaal over een soldaat die een jaar lang de wacht houdt bij de toren van een prinses om na dat jaar met haar te mogen trouwen, maar die vijf minuten voor het verstrijken van de door haar geëiste termijn de benen nam. Het publiek is enthousiast over zijn verhaal, maar onthutst over de afloop. Maaza legt uit waar Afrika ligt en vertelt wat over het werk van een schrijver. Rodaan steelt opnieuw de show met zijn enthousiaste ‘Salem Aleikhem’ begroeting en met de Nederlandse en Arabische voordrachten van zijn poëzie. Er wordt veel gelachen en hard geklapt. We gaan tevreden weer terug naar Makassar.

’s Avonds vindt de officiële opening van het festival plaats, met honderden mensen aan tafels buiten aan het water in een romantische setting. Het programma duurt erg lang. Onze schrijvers houden ombeurten een kort praatje over hoe blij ze zijn over hun deelname aan  het festival in Makassar; Abeer zegt weer even iets over het Tahirplein en oogst ook hier een warm applaus, evenals Rodaan wanneer hij weer met veel succes een gedicht voordraagt.


met onze begeleiders bij het busje, achter mij Ton vd Langkruis, directeur Writers Unlimited, rechts Gunduz

Link | Leave a comment | Share

schrijverstournee Kuala Lumpur en Makassar juni 2011 dag 6

Feb. 3rd, 2012 | 02:36 pm

Maandag 13 juni 2011

’s Ochtends vroeg vertrekken we moe en tevreden naar het vliegveld en vliegen we naar Makassar, waar het volgende onderdeel van de tournee gaat plaatsvinden. Hoewel de afstand niet groot is, zijn we toch de hele dag onderweg. Aangekomen in Makassar moeten we omschakelen: het hotel is minder aangenaam dan in Kuala Lumpur – vieze lakens en handdoeken, moeilijker internetverbindingen, slechter ontbijt, minder gunstige ligging. Na dagenlang harmonie en vrolijkheid ontstaan nu als gevolg van de hitte en de vermoeidheid de eerste kleine wrijvingen, die gelukkig ook weer snel verdampen als de groep weer enigszins geacclimatiseerd is.

In het hotel krijgen we allemaal gehoofddoekte studentes toegewezen die optreden als onze persoonlijke begeleiders. Zij worden geacht onze vragen te beantwoorden, maar zijn daarvoor te verlegen of spreken te slecht Engels. Het onhandige van dit systeem is dat de groep waarin we ons bewegen ineens verdubbeld is in aantal – dit werkt erg vertragend. Maar alles went en al gauw vinden we een vorm om met deze meisjes om te gaan: we gaan steeds lachend met ze op de foto.

We krijgen heel even de tijd ons om te kleden en worden dan weer de bus ingestuurd voor de persconferentie en het kennismakingsdiner van alle betrokkenen bij het festival. Er wordt geen alcohol geschonken – even wennen voor ons soort mensen. Lily en Ton houden een openingsspeech, de schrijvers stellen zich voor aan de pers.


links organisator en schrijver Lily Yulianti Farid, met naast haar twee lokale schrijvers

Tijdens het voorstelrondje blijkt hoezeer onze groep schrijvers door de afgelopen dagen al op elkaar ingespeeld zijn geraakt: we spelen elkaar ballen toe die de volgende kan inkoppen en hebben de lachers al gauw op onze hand, waardoor het ijs meteen gebroken is.

Terug bij het hotel proberen we nog een avondwandeling te maken, met als bestemming een café waar bier te verkrijgen is. Het wordt een lange wandeling door een stad die wederom niet op voetgangers is ingericht, met langsstuivend verkeer en irritaties over de luidruchtige Australische die zich bij onze groep heeft gevoegd en voor wie met name Gunduz sterk allergische reacties vertoont. Ik moet hem beloven haar uit zijn buurt te houden, wat nog flink ingewikkeld blijkt want zij is net een kat die het liefst op schoot springt bij de grootste kattenhater in het gezelschap.

Link | Leave a comment | Share