You are viewing [info]uyterlinde's journal

Tortured by the bell

Mar. 16th, 2012 | 11:06 am

Saved by the bell, kent u die uitdrukking? Nou ik niet. Onze deurbel dreigt mijn ondergang te worden.
Soms weigert hij dienst en dwingt hij bezoekers op het raam te bonken - iets wat ik alleen hoor als ik op dat moment toevallig in de buurt ben. Het maakt geen al te gastvrije indruk, maar daar valt nog wel mee te leven. Onaangenamer is dat de deurbel ook graag spontaan in luidruchtig geschal losbrandt, zonder dat er mensenvingers aan te pas komen. Hadden we zo'n lieflijke klingelbel, dan hoefde dat ook geen onoverkomelijk probleem te zijn. Maar onze bel is vermoedelijk speciaal ontworpen voor doven en slechthorenden: hij klinkt opdringerig door tot in de verste uithoeken van het huis. Het is net een klein kind dat om aandacht schreeuwt. De enige manier om hem tot zwijgen te brengen is hem even persoonlijk aan te raken. Soms houdt hij zich wel een week lang koest, maar het komt ook voor dat hij me meermalen per dag naar de voordeur laat rennen om gestrest een eind te maken aan het oorverdovende gekrijs.
De bel vindt mijn vertoon van toewijding blijkbaar nog niet overtuigend genoeg en is sinds kort overgegaan op zwaarder geschut. Ook 's nachts moet ik nu voor hem klaarstaan. De eerste nacht stond ik bij het horen van het bekende geluid meteen klaarwakker naast mijn bed en vloog de trap af. De voordeur zat op het nachtslot, dus het duurde even voor ik hem open had en intussen  waren mijn trommelvliezen al half aan flarden. Vlak voor ik de deur opende hield de bel er uit eigen beweging mee op. En dat nu wekte mijn argwaan. Dergelijk pesterig raffinement was ik van mijn bel niet gewend. Hier moest meer aan de hand zijn. Ik deed een stap naar buiten om te zien of het gebel misschien toch door mensenhanden in gang was gezet. Maar ik zag niemand en keerde weer terug naar bed, klaarwakker en met ijskoude voeten, niet meer in staat de slaap te vatten. Complottheoriëen spookten door mijn hoofd: misschien waren het inbrekers geweest, die hadden aangebeld om te kijken of we thuis waren en zich snel uit de voeten hadden gemaakt toen zij mij in de weer hoorden met het nachtslot. De volgende ochtend moest mijn man, die overal doorheen had geslapen, smakelijk lachen om mijn verhaal. Ik zag er, slechtgehumeurd door het slaapgebrek, de lol niet van in. 'Zit niet zo dom te lachen en vervang die stomme bel nu eindelijk eens een keer,' beet ik hem toe, maar hij haalde zijn schouders op, want hij had nergens last van.
Vanacht was het weer zover. Ik schrok wakker, terwijl mijn man opnieuw stoïcijns door het geluid bleef heen slapen. Ik stootte hem ruw wakker: 'De bel gaat weer af. Nu mag jij hem uitzetten.' Het enige wat hij kon uitbrengen was een slaperig: 'huh? huh?', als een hummende tweede stem die het dwingende gekrijs van de bel ondersteunde. waarna hij het dekbed over zijn hoofd trok om weer vrolijk verder te slapen. Van hem hoefde ik weer niets te verwachten. Dus rende ik maar weer mijn bed uit, net als vroeger toen de kinderen nog klein waren en ' s nachts ook spontaan afgingen zonder dat mijn man het ooit hoorde. Weer hield de bel er plagerig mee op vlak voor ik hem zelf kon uitzetten.
Terug in bed was ik zo woedend dat ik mijn man woest door elkaar schudde totdat ook hij goed wakker was. 'Lachen!' beval ik hem sissend. 'Je vindt het toch zo grappig. Nou lach dan! Lach dan!' Hij lachte slaperig, om zo snel mogelijk van me af te zijn, of  misschien wel omdat hij vond dat ik me belachelijk gedroeg. Zo worden mijn huwelijk en mijn nachtrust steeds verder ondermijnd. Ik zou eigenlijk een nieuwe bel moeten kopen, maar daarvoor ben ik veel te moe.

Link | Leave a comment | Add to Memories | Share

Grootse roman van Martijn Knol

Mar. 15th, 2012 | 03:08 pm

Martijn Knol heeft een bij vlagen briljant boek geschreven dat tot nu toe ten onrechte vrijwel onopgemerkt is gebleven en dat ik graag onder de aandacht zou willen brengen van literatuurliefhebbers.

'Alles kan kapot' bestrijkt de lotgevallen van drie generaties familieleden. Als lezer ga je met de personages steeds verder terug in de tijd en ben je er getuige van hoe zij door hun ervaringen worden gevormd en beschadigd. Het boek eindigt in 1945 met het voornemen van Ambrosius om helemaal opnieuw te beginnen. Hij besluit te zwijgen over het geweld dat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog als jonge fabrieksarbeider in Zuid-Duitsland heeft gezien en ondervonden. Als lezer weet je inmiddels dat deze zelfde man zijn dochter Merel, die dan nog geboren moet worden, later - door incest - zal gaan beschadigen en ook tot een eenzaam zwijgen zal veroordelen. En dáárvoor, aan het begin van het verhaal, dat opent  in 2011, hebben we kunnen lezen hoe Merels ervaringen haar kinderen hebben beïnvloed: de gevoelige Jonathan, die zich geen raad weet met zijn moeders pijn, en de stoere Serafijn, die in het scheppen van kunst een vorm vindt om zich te uiten.

Serafijn is één van de belangrijkste personages in het boek. Haar grote liefde is de sensuele Kat, die in gewelddadige opwellingen niet alleen Serafijn fysiek te lijf gaat, maar ook haar kunstwerken vernielt. Serafijn laat zich niet snel uit het veld slaan door de destructieve buien van haar geliefde; zij verstaat de kunst uit alle brokstukken weer iets nieuws te creëren. De kunstwerken van Serafijn bieden stof tot prachtige en soms ook humoristische bespiegelingen over kunst; zo last de auteur ronkende ‘citaten’ in van geborneerde kunstcritici die haar allerlei intenties toeschrijven, die de kunstenaar er zelf nooit mee heeft gehad.

Martijn Knol is een taalvirtuoos met onbegrensde verbeeldingskracht, die als geen ander de kunst van het kijken verstaat. Zijn ongebreidelde nieuwsgierigheid en scherpe observatievermogen staan borg voor een beeldende en zintuiglijke manier van vertellen. Zo weet hij de val van een ladder, die in werkelijkheid hooguit enkele seconden in beslag kan nemen, uit te spinnen tot een bloedstollend spannende passage die de lezer pagina’s lang in de ban houdt, en die uitmondt in een onwaarschijnlijke, maar toch volledig geloofwaardige dramatische ontknoping.

Een goede schrijver kan het meest onwaarschijnlijke, ja zelfs het onmogelijke mogelijk maken, zo illustreert Martijn Knol in passages waarin het heel aannemelijk is dat mensen kunnen vliegen of over water lopen, ja zelfs doodgaan en dan toch gewoon weer opduiken, niet in de fantasie en niet als geest, maar domweg als uit de dood teruggekeerd personage dat   op onnadrukkelijke wijze opnieuw een plaats opeist in het verhaal. Met dit soort ingrepen  ontregelt hij de lezer, die zich erbij moet neerleggen dat niet alles met het verstand te duiden is, maar zich tegelijkertijd realiseert waarom literatuur zoveel boeiender is dan de werkelijke wereld: omdat alles kan. 

Link | Leave a comment | Add to Memories | Share

Anil Ramdas overleden

Feb. 17th, 2012 | 01:38 pm


Anil Ramdas in het programma Surinaamse dromen in Writers Unlimited Winternachten festival Den Haag, op zaterdag 21 januari 2012 - foto Serge Ligtenberg

Zojuist bereikte mij - via het Writers Unlimited Festival waar ik als programmacoördinator kort geleden nog met Anil Ramdas heb samengewerkt - het onwerkelijke en schokkende nieuws dat hij gisteren op zijn 54e verjaardag is overleden. Volgens een familielid die Anils dood aan NRC Handelsblad bevestigde, gaat het om een zelfverkozen dood.

Op zaterdag 21 januari presenteerde hij in het festival Writers Unlimited nog het programma 'Forgive or Forget', met schrijvers Adriaan van Dis, de Zuid-Afrikaanse Kopana Matlwa en de Indonesische Leila Chudori. Ook nam hij deel aan het programma 'Surinaamse dromen,' waarvoor hij deze column schreef.  

ANIL'S DROOM VOOR SURINAME
Geschreven in opdracht van Writers Unlimited, januari 2012

Ik heb een droom. De droom dat mijn land Suriname de 21ste eeuw bereikt. U zult zeggen: de wereld zit al 12 jaar in de 21ste eeuw.

Ja, maar niet Suriname. Suriname drijft nog ergens in het verleden. En dat had ik niet verwacht, toen ik 5 jaar geleden besloot er een jaar door te brengen.

Tijdens de wisseling van het millennium was ik in India, als correspondent voor NRC-Handelsblad. Ik verhuisde met mijn hele gezin, en ik had ze gewaarschuwd: we gaan een tijdje wonen in een achterlijk land. Ze hebben er niets. Geen brede wegen of mooie auto’s, geen spannende tv, geen mooie winkels en restaurants, en geen broodroosters, wekkerradio’s, magnetrons. Of cd-spelers. Ze gebruiken nog iets als een cassettebandje, en ik legde mijn kinderen uit wat dat was. Alles is daar lekker ouderwets, legde ik mijn kinderen uit. En ik legde ze uit wat het woordje ouderwets betekende.

In januari van het jaar 2000 kregen we in ons huis in Delhi een telefoonverbinding. En op een middag was de schoonmaakster de voorkamer aan het dweilen. Toen ging plotseling de telefoon over. Ring, ring, ring. De vrouw schrok hevig en deinsde terug. Wat is dat voor raar ding, dat ineens geluid maakt. Een deurbel kende ze wel. Maar wat was dit in Godesnaam.

Ik wist haar te kalmeren, nam de horen van de haak en voerde een gesprek. Ze bleef peinzend kijken. Meneer is gek geworden. Hij praat in een ding.

Drie jaar later, beste mensen, lachte diezelfde schoonmaakster mij uit. Omdat zij mij moest uitleggen hoe ik hippe ringtones kon downloaden voor mijn mobiele telefoon.

Deze revolutie wilde ik ook in Suriname meemaken. Daarom besloot ik in 2007 mij een jaar te vestigen in Paramaribo. Maar in Suriname wilden de machthebbers niet weten van de moderne technologische revolutie. Venetiaan, op dat moment de president van het land, was nog in het radio- en telex-tijdperk. Dat vond hij modern genoeg.

Hoe is dat mogelijk, vroeg ik me af. Waarom is internet in Suriname 135 keer zo duur als in bijvoorbeeld Trinidad, ook in het Caribische Gebied.

Omdat de machthebbers in de vorige eeuw zijn blijven steken. Als ze dromen, kijken ze naar beneden. Dan zien ze de mogelijkheden: alles wat uit de grond kan komen. Goud, hout, olie, rijst, bananen. Ze denken dat dat de toekomst is van het land.

Neen, beste mensen. De toekomst van het land zit in de lucht. Op twee manieren. Ten eerste hangen daar de satellieten, waardoor we al onze goed geschoolde jongeren kunnen helpen aan een baan. Ja, in callcenters, zoals ze dat in India ook hebben gedaan. Suriname is het enige land waar Nederlands wordt gesproken terwijl het loonniveau een derde is van Nederland. We kunnen alle klantenservice-afdelingen van alle Nederlandse bedrijven moeiteloos in één dag overnemen.

Maar er komt ook nog iets anders uit de lucht: de Surinamers uit Nederland. Ze zijn hooggeschoold en ze verlangen naar de warmte. Deze Surinamers worden in hun eigen land met schele ogen aangekeken. Met jaloezie en rancune. India deed het omgekeerde: vanaf 2000 werden alle geschoolde Indiërs die in Engeland en Amerika woonden, met open armen ontvangen, om in hun eigen land te ondernemen en de ontwikkeling te bevorderen. Maar in Suriname vinden ze ons een soort verraders. En daarom willen deze zwarte Nederlanders, zoals ze sarcastisch worden genoemd, zich er niet vestigen.

Ik heb dus een droom voor mijn land, en ik zeg telkens opzettelijk mijn land. Dat ze er naar boven kijken, naar de volle vliegtuigen en de moderne satellieten. Kijk niet naar beneden, Suriname, kijk naar boven. Ik droom dat mijn land de 21ste eeuw bereikt. Ik droom dat het land mijn soort mensen, ons soort mensen bereikt.
                                                                     ***

Kort na zijn optreden in januari in Den Haag schreef hij ons: "Dank voor een fijne, boeiende avond. Was heel blij na afloop, en had weer eens flink veel hoop. Jullie zijn gevers van hoop - op een betere wereld,

Lieve groet,

Anil Ramdas

Link | Leave a comment | Add to Memories | Share

schrijverstournee Kuala Lumpur en Makassar juni 2011 dag 9

Feb. 3rd, 2012 | 02:59 pm

Donderdag 16 juni 2011

S Ochtends bezoeken we met de chauffeur een straat waar we wat souvenirs kunnen kopen.

Gunduz vertrekt vervolgens naar de universiteit, waar hij een lezing houdt voor studenten. Hij komt daar enorm enthousiast van terug: voor hem was dat een van de meest interessante ervaringen.

Abeer doet een programma met kinderen. Ze vertelt in het Arabisch een verhaal over een Spaanse stier, met zoveel gebaren en stemverheffingen, dat het ook zonder tolk al een prachtige vertoning is. Het is een groot succes. Lily deelt de kinderboeken die ik had meegenomen uit Nederland onder de kinderen uit.

Later op de middag is er ook nog een discussie over Writing in the era of the new media. Het is erg heet in de zaal, die toch behoorlijk vol zit, met zo’n 150 mensen. Maaza vertelt dat ze zo min mogelijk gebruik probeert te maken van de sociale media omdat ze haar afhouden van haar werk. Maar dat ze toch ook heel blij is met de nieuwe communicatiemogelijkheden: nu kan ze vanuit New York skypen met haar familie in Ethiopie. En hier in Indonesie heeft ze al facebookvrienden ontmoet.

Abeer zegt dat ze minstens vier uur per dag besteedt aan facebook en internet. Ze vertelt dat tijdens de revolutie internet eerst werd afgesloten. Toen gebruikten mensen hun mobiel en uiteindelijk klopten ze gewoon op elkaars deuren om elkaar op te roepen naar het Tahirplein te komen. We hoeven geen slaaf van machines te zijn en moeten het menselijke contact niet verliezen. Maar nieuwe technologie brengt ook weer nieuwe manieren met zich mee om verhalen te vertellen, bijvoorbeeld via I-pad, video, tekeningen.

’s Avonds is er een slotprogramma, een godsgruwelijk goede maaltijd (met lekkerste tonijn ever). We vertellen een verhaal over vis, met als schakel de gerookte haring die ik uit Nederland heb meegebracht. Het wordt een ontzettend grappig verhaal over de United Nations of Fish. Rodaan neemt nog een laatste keer het applaus in ontvangst voor de voordracht van zijn poëzie.

We dansen nog wat met de koks en het bedienend personeel en vertrekken dan naar het hotel, waar we in de lounge nog tot diep in de nacht dansen en Nederlandse, Engelse en Indonesische liedjes zingen, met Ton als gitarist. Van sommige Nederlandse liedjes (hoofd, schouders knieen teen, knieen teen) blijkt een Indonesische variant te bestaan. We lachen ons gek. Het is een prachtige afscheidsavond. De verbroedering ten top.

Link | Leave a comment | Add to Memories | Share

schrijverstournee Kuala Lumpur en Makassar juni 2011 dag 8

Feb. 3rd, 2012 | 02:48 pm

Woensdag 15 juni

Bezoek aan een eiland voor de kust van Makassar. De bedoeling was dat we na verkenning van het eiland weer een voordracht zouden doen, maar de elektriciteit is uitgevallen op het eiland, waardoor weer geen projecties kunnen plaatsvinden. Het is te warm om het in de open lucht te doen, dus besloten wordt dit onderdeel naar de middag te verplaatsen. Terwijl we wachten op de boot die ons mee terug moet nemen, en op dat deel van de groep dat nog ergens achterblijft, doet Rodaan samen met een lokale schrijver als tolk een spontaan optreden op de kade. Het is prachtig en de plaatselijke bevolking kijkt geboeid toe.

’s Middags terug in het hotel volgt er een discussie tussen de lokale schrijvers en de buitenlanders. Er wordt veel over geloof en censuur gepraat. Naar aanleiding van het contrast tussen de armoe op het eiland dat we bezocht hebben, en de bouw van een nieuwe dure moskee op het piepkleine eiland, terwijl er al een moskee was, stelt Gunduz de vraag: stel dat je kritiek zou willen leveren op de bouw van die moskee, zou je dat dan vrijuit kunnen doen? Een van de Indonesische schrijvers antwoordt dat hij zich vrij zou voelen om er een gedicht over te schrijven. Poezie blijkt hier de beste vorm om kritiek te leveren, zoals satire dat in Maleisie was. De Indonesiërs proberen het beeld te nuanceren dat het een onvrij land is, er bestaan sinds 1998 ook organisaties waarin homo’s en transseksuelen zich organiseren, en in de literatuur wordt er nu ook over deze zaken geschreven. ‘We voelen ons nu veel vrijer om te schrijven waarover we willen,’ zegt Lily. Een van de vrouwen – Ernie, een verlegen ogend meisje met hoofddoek – blijkt erotische gedichten en proza te schrijven. Abeer vraagt of haar ouders dat weten, Ernie antwoordt bevestigend. Abeer zegt onder de indruk te zijn: zelf draagt ze geen hoofddoek en wordt ze gezien als een vrije vrouw, maar ze houdt haar werk voor haar vader verborgen omdat ze weet dat hij het afkeurt. ‘I dare to provoke society, but not my dad.’

 Een andere Indonesische vrouw heeft meegewerkt aan Indonesische vagina-monologen, die als zeer schokkend en taboedoorbrekend werden ervaren, maar niet verboden. Dat je een hoofddoek draagt wil niet zeggen dat je niet over seks kunt praten. Literatuur is iets anders dan religie. Indonesie is het grootste islam-land ter wereld, maar het is een gematigde vorm van islam, die vrouwen toestaat om een maatschappelijke rol te spelen. De enige bedreiging vormen de radicale moslimorganisaties. Die houden wel filmvertoningen tegen, maar de literatuur wordt met rust gelaten.

Maaza vertelt dat er in Ethiopie geen vrouwelijke schrijvers zijn; dat vroeger moslims en christenen in goede harmonie samenleefden maar nu sinds een jaar of 12 niet meer, de samenleving is geradicaliseerd.

Gunduz haakt hierbij aan en vertelt over het proces van islamisering in Turkije: hoe de openbare ruimte kleiner wordt, hoe ook hij zijn gedrag op straat aanpast uit angst om iemand te beledigen en om die reden het mikpunt van agressie te worden. Als voorbeeld noemde hij het feit dat hij niet meer in het openbaar durft te eten tijdens ramadan. Als je een winkel hebt wil je bijvoorbeeld niet dat je dochter zich frivool kleedt want dan kopen ze niet meer bij jou. 

Het gesprek gaat verder over godsdienst en literatuur. Rodaan zegt: ik schrijf over de golven van de liefde, die zijn niet christelijk, niet moslim, niet nationaal, maar universeel.

s’Avonds zijn er weer optredens van buitenlandse en lokale schrijvers. Er is veel publiek – zo’n 300 man – en hoewel het weer in de openlucht is, is er nu een goede projectie mogelijk. Rodaan en zijn Indonesische nieuwe schrijversvriend en tolk maken er samen een enorme show van met gezang en al. Zelfs de taxichauffeurs blijven achter de heg stilstaan om toeschouwer te kunnen zijn van dit spektakel.

Na afloop bezoeken we met een stel Indonesische schrijvers, meisjes en de chauffeur een restaurant en een karaoke bar en hebben we urenlang ongelooflijk veel lol met het zingen van Engelse en Indonesische liedjes.

Link | Leave a comment | Add to Memories | Share

schrijverstournee Kuala Lumpur en Makassar juni 2011 dag 7

Feb. 3rd, 2012 | 02:42 pm

Dinsdag 14 juni 2011

We bezoeken met de bus Galesong Village, een vissersdorp buiten Makassar. Een wandeling door het dorp loopt gigantisch uit omdat we ons met een onmogelijk groot en dus log gezelschap door het dorp bewegen en onderweg weer iedereen met iedereen op de foto moet.

Vervolgens krijgen we een schitterend muziekoptreden door de plaatselijke jeugd – een van de jongens zingt zo zuiver en mooi dat de tranen ervan in je ogen springen.

Na een kleine eenvoudige maaltijd ter plekke installeren we ons voor het optreden. Dat blijkt ook in de open lucht plaats te vinden. Het publiek – zo’n 100 man - bestaat ook grotendeels uit scholieren en analfabete vissers.

We moeten improviseren, want het licht is zo fel dat we geen teksten kunnen projecteren. Al gauw blijkt dat het geen zin heeft de voorbereide teksten voor te dragen. Die teksten zijn te moeilijk en duren te lang nu er getolkt moet worden, blijkt als Abeer als eerste een moeizame poging doet om haar tekst voor te dragen. Gunduz vertelt dus een mooi kort verhaal over een soldaat die een jaar lang de wacht houdt bij de toren van een prinses om na dat jaar met haar te mogen trouwen, maar die vijf minuten voor het verstrijken van de door haar geëiste termijn de benen nam. Het publiek is enthousiast over zijn verhaal, maar onthutst over de afloop. Maaza legt uit waar Afrika ligt en vertelt wat over het werk van een schrijver. Rodaan steelt opnieuw de show met zijn enthousiaste ‘Salem Aleikhem’ begroeting en met de Nederlandse en Arabische voordrachten van zijn poëzie. Er wordt veel gelachen en hard geklapt. We gaan tevreden weer terug naar Makassar.

’s Avonds vindt de officiële opening van het festival plaats, met honderden mensen aan tafels buiten aan het water in een romantische setting. Het programma duurt erg lang. Onze schrijvers houden ombeurten een kort praatje over hoe blij ze zijn over hun deelname aan  het festival in Makassar; Abeer zegt weer even iets over het Tahirplein en oogst ook hier een warm applaus, evenals Rodaan wanneer hij weer met veel succes een gedicht voordraagt.


met onze begeleiders bij het busje, achter mij Ton vd Langkruis, directeur Writers Unlimited, rechts Gunduz

Link | Leave a comment | Add to Memories | Share

schrijverstournee Kuala Lumpur en Makassar juni 2011 dag 6

Feb. 3rd, 2012 | 02:36 pm

Maandag 13 juni 2011

’s Ochtends vroeg vertrekken we moe en tevreden naar het vliegveld en vliegen we naar Makassar, waar het volgende onderdeel van de tournee gaat plaatsvinden. Hoewel de afstand niet groot is, zijn we toch de hele dag onderweg. Aangekomen in Makassar moeten we omschakelen: het hotel is minder aangenaam dan in Kuala Lumpur – vieze lakens en handdoeken, moeilijker internetverbindingen, slechter ontbijt, minder gunstige ligging. Na dagenlang harmonie en vrolijkheid ontstaan nu als gevolg van de hitte en de vermoeidheid de eerste kleine wrijvingen, die gelukkig ook weer snel verdampen als de groep weer enigszins geacclimatiseerd is.

In het hotel krijgen we allemaal gehoofddoekte studentes toegewezen die optreden als onze persoonlijke begeleiders. Zij worden geacht onze vragen te beantwoorden, maar zijn daarvoor te verlegen of spreken te slecht Engels. Het onhandige van dit systeem is dat de groep waarin we ons bewegen ineens verdubbeld is in aantal – dit werkt erg vertragend. Maar alles went en al gauw vinden we een vorm om met deze meisjes om te gaan: we gaan steeds lachend met ze op de foto.

We krijgen heel even de tijd ons om te kleden en worden dan weer de bus ingestuurd voor de persconferentie en het kennismakingsdiner van alle betrokkenen bij het festival. Er wordt geen alcohol geschonken – even wennen voor ons soort mensen. Lily en Ton houden een openingsspeech, de schrijvers stellen zich voor aan de pers.


links organisator en schrijver Lily Yulianti Farid, met naast haar twee lokale schrijvers

Tijdens het voorstelrondje blijkt hoezeer onze groep schrijvers door de afgelopen dagen al op elkaar ingespeeld zijn geraakt: we spelen elkaar ballen toe die de volgende kan inkoppen en hebben de lachers al gauw op onze hand, waardoor het ijs meteen gebroken is.

Terug bij het hotel proberen we nog een avondwandeling te maken, met als bestemming een café waar bier te verkrijgen is. Het wordt een lange wandeling door een stad die wederom niet op voetgangers is ingericht, met langsstuivend verkeer en irritaties over de luidruchtige Australische die zich bij onze groep heeft gevoegd en voor wie met name Gunduz sterk allergische reacties vertoont. Ik moet hem beloven haar uit zijn buurt te houden, wat nog flink ingewikkeld blijkt want zij is net een kat die het liefst op schoot springt bij de grootste kattenhater in het gezelschap.

Link | Leave a comment | Add to Memories | Share

schrijverstournee Kuala Lumpur en Makassar juni 2011 dag 5

Feb. 3rd, 2012 | 02:24 pm

Zondag 12 juni 2011

Uitstapje naar Antares, een dorp waar de indigenous tribe Temuan woont, en waar we kunnen zwemmen tussen de rotsen en de watervallen in het regenwoud. Gunduz vindt een groot blad dat hem eerst tot kuisheidsgordel dient en vervolgens als paraplu.



We drinken thee en maken muziek op de veranda bij de plaatselijke hippieschrijver met zijn tribale vrouw wier benen door lepra zijn aangetast, maar die desalniettemin indruk maakt met haar verschijning, al worden we het niet eens over de interpretatie van haar gelaatsuitdrukking: is ze nu trots of verdrietig? Vermaakt ze zich of verveelt ze zich dood?

Bij terugkomst brengen we een bliksembezoek aan de boekhandel in de twin towers van Kuala Lumpur, indrukwekkend hoge torens met daarin een superdeluxe winkelcentrum.

’s Avonds vindt het laatste programma-onderdeel van het festival plaats: optredens van alle betrokken schrijvers, internationaal en lokaal, zonder discussies of vragen. Het is een vol programma met 10 schrijvers en ook nog twee muziekoptredens, maar het verloopt strak en niemand neemt meer zendtijd dan de 5 a 7 afgesproken minuten. Het café zit vol, er zijn denk ik zo’n 75 a 100 mensen. Als uitsmijter van de avond volgt een band bestaande uit jonge meiden die ondanks verwoede pogingen tot het spelen van een punkachtig stoer repertoir aandoenlijk schattig zijn. We eindigen met de buitenlandse schrijvers in uitbundige vrolijkheid op het podium, dansend en meezingend met de band. Vervolgens gaan we uit eten en verkennen we het nachtleven van Kuala Lumpur. Wat opvalt zijn de sexy kleren waarin jonge meisjes zich kleden. We dansen in diverse café’s/clubs en liggen laat in bed.

Link | Leave a comment | Add to Memories | Share

schrijverstournee Kuala Lumpur en Makassar juni 2011 dag 4

Feb. 3rd, 2012 | 02:08 pm

Zaterdag 11 juni

’s Ochtends zijn we weer vroeg  met de bus op pad voor het volgende optreden, tevens de officiële opening van het Writers Unlimited festival in Kuala Lumpur, in de Annexe Galery op de Central Market. Zowel ochtend als middagprogramma staan in het teken van het onderwerp Writing the truth – fact or fiction?

In de bus zit ook Dipika Mukherjee, een zeer aanwezige dame, die vertelt dat ze die ochtend ook een fragment zou gaan voorlezen uit haar nieuwe roman, maar dat dit een politiek gezien zo pikant fragment betreft, dat de organisatie haar gevraagd heeft haar fragment voor de middag te bewaren, na de lunch, als de sponsors (Nederlandse ambassadeur en de directeur van het Maleisische vertaalinstituut) vermoedelijk niet meer aanwezig zijn. Het blijkt om een fragment te gaan waarin op bedekte en kritische wijze wordt verwezen naar de moord op de minnares van de minister president. Dipika vindt het geen probleem dat haar optreden verplaatst wordt, maar het nieuwtje brengt onrust en verdeeldheid onder de schrijvers te weeg. Gunduz Vassaf stelt zich principieel op en vindt het ontoelaatbaar dat een nieuw festival al bij de opening zwicht voor censuur, en zich mogelijk zelfcensuur oplegt. Hij overweegt zich terug te trekken als we dit zomaar laten gebeuren. Rodaan vindt dat we ons er niet mee moeten bemoeien; als Dipika het uitstel acceptabel vindt, moeten wij er ook geen punt van maken; wij weten immers niet wat voor consequenties eea voor haar kan hebben.

 Uiteindelijk wordt na druk overleg met de organisatoren besloten dat Dipika haar fragment toch in de ochtend leest. Niemand reageert inhoudelijk op haar fragment, maar met name de buitenlandse schrijvers doen een paar mooie statements over vrijheid van meningsuiting. Maaza Mengiste zegt: ‘When the writers in a country remain silent we have lost everything.’ En Gunduz zegt: ‘When you loose your sense of humour everything is lost.’

Het onderwerp censuur komt die ochtend nog wel een paar keer expliciet aan de orde, wat spannend en bijzonder is in een land waar het geregeld voorkomt dat schrijvers of journalisten zonder enige vorm van proces gevangengezet worden als ze kritiek op de regering leveren. Uit het gesprek, en ook uit de voordrachten van lokale schrijvers onder wie met name Kee Thuan Chye en Uthaya Sankar, wordt duidelijk dat satire de vorm is waarin kritiek wordt verpakt.

Uit het publiek komt de vraag aan Dipika of het goed is dat in Maleisie zoveel satire wordt geschreven, of dat ze misschien toch realistischer zouden moeten schrijven. Ze antwoordt dat het voor haar makkelijker is om zich aan de satire te onttrekken, omdat ze zelf niet Maleisisch is maar uit India komt en een deel van de tijd in de VS woont. Ze zegt dat in China schrijvers momenteel mogen zeggen wat ze willen zolang ze het maar in het Engels doen, omdat er dan toch maar een heel klein clubje luistert. In India daarentegen wordt het steeds moeilijker zegt ze.

Dan volgt er een gesprek over het feit dat jonge schrijvers in Maleisie geen boodschap meer hebben aan het concept nationale identiteit, en dat ze meer op zoek zijn naar persoonlijke, individuele vragen en emotionele waarheden. Is dat een teken van blikverruiming of juist – vernauwing? De discussie hierover is voor de buitenlanders niet helemaal te volgen. Maaza heeft weer een mooie oneliner paraat: ‘Its the role of the writer to remain stateless.’   


vlnr: Abeer Soliman, Maaza Mengiste, Rodaan al-Galidi en Gunduz Vassaf

Er wordt ook gesproken over eendimensionaal denken in goed en kwaad, en hoe killing dat is voor het maken van goede literatuur. ‘Critizise your sense of truth otherwise your characters aren’t truthful’, zegt Gunduz en hij citeert ook Rimbaud: ‘I am my other also.’ Mengiste onderschrijft dit met het voorbeeld dat keizer Mengistu, die in Ethiopie veel mensen heeft laten ombrengen, twee kinderen heeft die de aardigste en meest genereuze mensen zijn die je maar kunt ontmoeten. Dat een monster als hij twee engelen kan voortbrengen, geeft te denken over goed en kwaad.

Tijdens de lunch vindt een boekpresentatie plaats en worden er opnieuw fragmenten voorgelezen in het Indonesisch.

Tijdens het middagprogramma volgen meer voordrachten en discussies. In overleg met de moderator wordt een andere werkwijze gehanteerd: niet eerst alle voordrachten en dan pas discussie, maar de voordrachten door de gesprekken heen weven. Dat werkt veel beter.

Abeer vertelt over haar aanwezigheid op het Tahirplein en ontvangt een warm applaus. Ze vertelt dat zij schrijft over werkelijke gebeurtenissen, maar er wel mee speelt om er een goed verhaal van te maken. Overigens ziet zij zichzelf niet als schrijver, maar als verhalenverteller. Ze vertelt hoe ze voor de revolutie als vrouwen waren overgeleverd aan sexual harrassment, en hoe ze onder de indruk was van het feit dat op het Tahirplein met al die duizenden mensen bij elkaar geen vrouw werd lastig gevallen.  Sinds afgelopen jaar hebben veel vrouwelijke bloggers hun boeken gepubliceerd en zijn er twee vrouwelijke presidentskandidaten.

De Maleisische Chuah Guat Eng zegt dat alles wat een mens onder woorden brengt fictie is, een constructie. Het begrip Waarheid is zo groot dat het niet onder woorden gebracht kan worden. Veel feiten zijn fictie. Het doel van fictie is volgens haar om mensen te helpen om op een andere manier te denken en naar de wereld te kijken. Zelf wil ze de wereld altijd op eindeloos veel verschillende manieren bekijken, dat is voor haar een tweede natuur. Er zijn zoveel visies mogelijk dat zij er geen eenduidige mening op na kan houden: ‘I write fiction because I am incapable of having an opinion.’


links een studente, rechts de Maleisische schrijfster Chuah Guat Eng

Moet je schrijven over wat je kent, of kun je ook schrijven over wat je niet kent? Chuah Guate Eng haalt Toni Morrisson aan, die zegt dat schrijven over wat je niet kent je horizon verbreedt. Chuah doet nog een mooie uitspraak over wat inspiratie is: ‘An idea comes to my head when meaning touches me.’

Rodaan krijgt uit de zaal de vraag hoe hij naar Nederland is gevlucht. Hij vertelt een grappig verhaal over valse paspoorten en zijn eerste kennismaking met Nederland. De vragensteller concludeert uit zijn vrolijke reactie dat hij veel geluk heeft gehad. Dan zegt Rodaan serieus: ‘Nee, u vergist zich. Maar ik heb besloten een positieve instelling te hebben, want ik weiger om me verzuurd of verbitterd te laten maken.’ Zijn opmerking maakt indruk, evenals zijn poëzie-voordracht waarmee de dag wordt afgesloten – met een daverend applaus door een afgeladen volle zaal – ik schat weer zo’n 150 mensen publiek.

De avond mogen we vrij besteden. Maaza, Abeer ,Gunduz en ik bezoeken een schitterende mimevoorstelling. Na afloop willen de acteurs met ons op de foto, en het publiek ook, alsof wij de sterren van de avond zijn in plaats van de acteurs. Dit ritueel zal zich nog vele malen herhalen tijdens deze reis.


Link | Leave a comment | Add to Memories | Share

schrijverstournee Kuala Lumpur en Makassar juni 2011 dag 2

Feb. 3rd, 2012 | 01:46 pm

Donderdag 9 juni

Aankomst ’s ochtends vroeg in Kuala Lumpur, waar Gunduz Vassaf net een half uur eerder is gearriveerd. We worden opgewacht door een chauffeur die ons met de bus naar het hotel brengt. In de bus vertelt Ton een prachtig verhaal over een oude Nederlandse vriend die het dertig jaar terug had aangelegd met een Griekse vrouw, voor wie de familie een andere, Griekse echtgenoot in gedachten had. De vrouw trouwde met de Griek, en de Nederlander kreeg een vakantiehuis op de Peleponesus cadeau. We speculeren er lustig op los: was het huis bedoeld als troostprijs, of als zwijggeld? En waarom had de Nederlander het aangenomen?

Het hotel is heel aangenaam, kleinschalig, veel natuurlijke materialen. Grote verrassing: op de kamers is er een groot tv-scherm mét internetverbinding aanwezig.

We hebben nog geen van allen veel zin om te gaan rusten en verkennen gevieren de stad. We lopen door de drukkende hitte naar de Central Market en komen niemand anders tegen die zo gek is om zich lopend door de stad te verplaatsen. De markt zelf blijkt overdekt en heerlijk koel. Rodaan onderhandelt vrolijk maar scherp met verkopers van sierraden en kleurige sjaals en stelt Ton aan iedereen voor als zijnde zijn vader. Dat blijft de rest van de dag een running gag.

In een van de standjes is een waterbassin vol zwarte krioelende vissen, die tegen betaling het eelt van je tenen en voetzolen af knabbelen. Het kriebelt verschrikkelijk en ik krijg er de slappe lach van. Ton legt dit wreed vast met zijn camera, om me er later publiekelijk mee te kunnen vernederen of chanteren. De beheerster van deze bijzondere attractie laat ons ook nog even voelen aan haar zijdezachten voetzolen en onderarmen, als bewijs dat het écht werkt.

Nadat Gunduz en ik een klein cameraatje hebben aangeschaft en Rodaan de zoveelste verkoopster tevergeefs ten huwelijk heeft gevraagd, gaan we terug naar het hotel.


verkoopster die zojuist door Rodaan ten huwelijk is gevraagd

We ontmoeten daar Bernice, de organisator van het eerste Writers Unlimited festival in Kuala Lumpur en gaan met haar lunchen bij een van de straatkraampjes. Ze geeft ons informatie over het programma van de komende dagen en overhandigt iedereen een mapje waarin alles nog eens keurig op papier staat.

Na de lunch arriveren ook Maaza en Abeer in het hotel.

Rodaan en Ton gaan met de bus naar een radio-studio voor een interview met Amir Muhammad en Dipika Mukherjee, een van de lokale schrijfsters die deelneemt aan het festival. 

's Avonds eten we met elkaar en Bernice weer bij een van de straatkraampjes – het eten is er uitstekend: veel rijst, kip, garnalen, vis.

Na het eten geven Maaza, Abeer, Gunduz en ik ons over aan een voetenmassage door onverstaanbare Chinezen in een zaakje naast het hotel, een van de ontelbare massageshops die Kuala Lumpur rijk is.


Link | Leave a comment | Add to Memories | Share