?

Log in

Anil Ramdas overleden

« previous entry | next entry »
Feb. 17th, 2012 | 01:38 pm


Anil Ramdas in het programma Surinaamse dromen in Writers Unlimited Winternachten festival Den Haag, op zaterdag 21 januari 2012 - foto Serge Ligtenberg

Zojuist bereikte mij - via het Writers Unlimited Festival waar ik als programmacoördinator kort geleden nog met Anil Ramdas heb samengewerkt - het onwerkelijke en schokkende nieuws dat hij gisteren op zijn 54e verjaardag is overleden. Volgens een familielid die Anils dood aan NRC Handelsblad bevestigde, gaat het om een zelfverkozen dood.

Op zaterdag 21 januari presenteerde hij in het festival Writers Unlimited nog het programma 'Forgive or Forget', met schrijvers Adriaan van Dis, de Zuid-Afrikaanse Kopana Matlwa en de Indonesische Leila Chudori. Ook nam hij deel aan het programma 'Surinaamse dromen,' waarvoor hij deze column schreef.  

ANIL'S DROOM VOOR SURINAME
Geschreven in opdracht van Writers Unlimited, januari 2012

Ik heb een droom. De droom dat mijn land Suriname de 21ste eeuw bereikt. U zult zeggen: de wereld zit al 12 jaar in de 21ste eeuw.

Ja, maar niet Suriname. Suriname drijft nog ergens in het verleden. En dat had ik niet verwacht, toen ik 5 jaar geleden besloot er een jaar door te brengen.

Tijdens de wisseling van het millennium was ik in India, als correspondent voor NRC-Handelsblad. Ik verhuisde met mijn hele gezin, en ik had ze gewaarschuwd: we gaan een tijdje wonen in een achterlijk land. Ze hebben er niets. Geen brede wegen of mooie auto’s, geen spannende tv, geen mooie winkels en restaurants, en geen broodroosters, wekkerradio’s, magnetrons. Of cd-spelers. Ze gebruiken nog iets als een cassettebandje, en ik legde mijn kinderen uit wat dat was. Alles is daar lekker ouderwets, legde ik mijn kinderen uit. En ik legde ze uit wat het woordje ouderwets betekende.

In januari van het jaar 2000 kregen we in ons huis in Delhi een telefoonverbinding. En op een middag was de schoonmaakster de voorkamer aan het dweilen. Toen ging plotseling de telefoon over. Ring, ring, ring. De vrouw schrok hevig en deinsde terug. Wat is dat voor raar ding, dat ineens geluid maakt. Een deurbel kende ze wel. Maar wat was dit in Godesnaam.

Ik wist haar te kalmeren, nam de horen van de haak en voerde een gesprek. Ze bleef peinzend kijken. Meneer is gek geworden. Hij praat in een ding.

Drie jaar later, beste mensen, lachte diezelfde schoonmaakster mij uit. Omdat zij mij moest uitleggen hoe ik hippe ringtones kon downloaden voor mijn mobiele telefoon.

Deze revolutie wilde ik ook in Suriname meemaken. Daarom besloot ik in 2007 mij een jaar te vestigen in Paramaribo. Maar in Suriname wilden de machthebbers niet weten van de moderne technologische revolutie. Venetiaan, op dat moment de president van het land, was nog in het radio- en telex-tijdperk. Dat vond hij modern genoeg.

Hoe is dat mogelijk, vroeg ik me af. Waarom is internet in Suriname 135 keer zo duur als in bijvoorbeeld Trinidad, ook in het Caribische Gebied.

Omdat de machthebbers in de vorige eeuw zijn blijven steken. Als ze dromen, kijken ze naar beneden. Dan zien ze de mogelijkheden: alles wat uit de grond kan komen. Goud, hout, olie, rijst, bananen. Ze denken dat dat de toekomst is van het land.

Neen, beste mensen. De toekomst van het land zit in de lucht. Op twee manieren. Ten eerste hangen daar de satellieten, waardoor we al onze goed geschoolde jongeren kunnen helpen aan een baan. Ja, in callcenters, zoals ze dat in India ook hebben gedaan. Suriname is het enige land waar Nederlands wordt gesproken terwijl het loonniveau een derde is van Nederland. We kunnen alle klantenservice-afdelingen van alle Nederlandse bedrijven moeiteloos in één dag overnemen.

Maar er komt ook nog iets anders uit de lucht: de Surinamers uit Nederland. Ze zijn hooggeschoold en ze verlangen naar de warmte. Deze Surinamers worden in hun eigen land met schele ogen aangekeken. Met jaloezie en rancune. India deed het omgekeerde: vanaf 2000 werden alle geschoolde Indiërs die in Engeland en Amerika woonden, met open armen ontvangen, om in hun eigen land te ondernemen en de ontwikkeling te bevorderen. Maar in Suriname vinden ze ons een soort verraders. En daarom willen deze zwarte Nederlanders, zoals ze sarcastisch worden genoemd, zich er niet vestigen.

Ik heb dus een droom voor mijn land, en ik zeg telkens opzettelijk mijn land. Dat ze er naar boven kijken, naar de volle vliegtuigen en de moderne satellieten. Kijk niet naar beneden, Suriname, kijk naar boven. Ik droom dat mijn land de 21ste eeuw bereikt. Ik droom dat het land mijn soort mensen, ons soort mensen bereikt.
                                                                     ***

Kort na zijn optreden in januari in Den Haag schreef hij ons: "Dank voor een fijne, boeiende avond. Was heel blij na afloop, en had weer eens flink veel hoop. Jullie zijn gevers van hoop - op een betere wereld,

Lieve groet,

Anil Ramdas

Link | Leave a comment | Share

Comments {0}