?

Log in

schrijverstournee Kuala Lumpur en Makassar juni 2011 dag 5

Feb. 3rd, 2012 | 02:24 pm

Zondag 12 juni 2011

Uitstapje naar Antares, een dorp waar de indigenous tribe Temuan woont, en waar we kunnen zwemmen tussen de rotsen en de watervallen in het regenwoud. Gunduz vindt een groot blad dat hem eerst tot kuisheidsgordel dient en vervolgens als paraplu.



We drinken thee en maken muziek op de veranda bij de plaatselijke hippieschrijver met zijn tribale vrouw wier benen door lepra zijn aangetast, maar die desalniettemin indruk maakt met haar verschijning, al worden we het niet eens over de interpretatie van haar gelaatsuitdrukking: is ze nu trots of verdrietig? Vermaakt ze zich of verveelt ze zich dood?

Bij terugkomst brengen we een bliksembezoek aan de boekhandel in de twin towers van Kuala Lumpur, indrukwekkend hoge torens met daarin een superdeluxe winkelcentrum.

’s Avonds vindt het laatste programma-onderdeel van het festival plaats: optredens van alle betrokken schrijvers, internationaal en lokaal, zonder discussies of vragen. Het is een vol programma met 10 schrijvers en ook nog twee muziekoptredens, maar het verloopt strak en niemand neemt meer zendtijd dan de 5 a 7 afgesproken minuten. Het café zit vol, er zijn denk ik zo’n 75 a 100 mensen. Als uitsmijter van de avond volgt een band bestaande uit jonge meiden die ondanks verwoede pogingen tot het spelen van een punkachtig stoer repertoir aandoenlijk schattig zijn. We eindigen met de buitenlandse schrijvers in uitbundige vrolijkheid op het podium, dansend en meezingend met de band. Vervolgens gaan we uit eten en verkennen we het nachtleven van Kuala Lumpur. Wat opvalt zijn de sexy kleren waarin jonge meisjes zich kleden. We dansen in diverse café’s/clubs en liggen laat in bed.

Link | Leave a comment | Share

schrijverstournee Kuala Lumpur en Makassar juni 2011 dag 4

Feb. 3rd, 2012 | 02:08 pm

Zaterdag 11 juni

’s Ochtends zijn we weer vroeg  met de bus op pad voor het volgende optreden, tevens de officiële opening van het Writers Unlimited festival in Kuala Lumpur, in de Annexe Galery op de Central Market. Zowel ochtend als middagprogramma staan in het teken van het onderwerp Writing the truth – fact or fiction?

In de bus zit ook Dipika Mukherjee, een zeer aanwezige dame, die vertelt dat ze die ochtend ook een fragment zou gaan voorlezen uit haar nieuwe roman, maar dat dit een politiek gezien zo pikant fragment betreft, dat de organisatie haar gevraagd heeft haar fragment voor de middag te bewaren, na de lunch, als de sponsors (Nederlandse ambassadeur en de directeur van het Maleisische vertaalinstituut) vermoedelijk niet meer aanwezig zijn. Het blijkt om een fragment te gaan waarin op bedekte en kritische wijze wordt verwezen naar de moord op de minnares van de minister president. Dipika vindt het geen probleem dat haar optreden verplaatst wordt, maar het nieuwtje brengt onrust en verdeeldheid onder de schrijvers te weeg. Gunduz Vassaf stelt zich principieel op en vindt het ontoelaatbaar dat een nieuw festival al bij de opening zwicht voor censuur, en zich mogelijk zelfcensuur oplegt. Hij overweegt zich terug te trekken als we dit zomaar laten gebeuren. Rodaan vindt dat we ons er niet mee moeten bemoeien; als Dipika het uitstel acceptabel vindt, moeten wij er ook geen punt van maken; wij weten immers niet wat voor consequenties eea voor haar kan hebben.

 Uiteindelijk wordt na druk overleg met de organisatoren besloten dat Dipika haar fragment toch in de ochtend leest. Niemand reageert inhoudelijk op haar fragment, maar met name de buitenlandse schrijvers doen een paar mooie statements over vrijheid van meningsuiting. Maaza Mengiste zegt: ‘When the writers in a country remain silent we have lost everything.’ En Gunduz zegt: ‘When you loose your sense of humour everything is lost.’

Het onderwerp censuur komt die ochtend nog wel een paar keer expliciet aan de orde, wat spannend en bijzonder is in een land waar het geregeld voorkomt dat schrijvers of journalisten zonder enige vorm van proces gevangengezet worden als ze kritiek op de regering leveren. Uit het gesprek, en ook uit de voordrachten van lokale schrijvers onder wie met name Kee Thuan Chye en Uthaya Sankar, wordt duidelijk dat satire de vorm is waarin kritiek wordt verpakt.

Uit het publiek komt de vraag aan Dipika of het goed is dat in Maleisie zoveel satire wordt geschreven, of dat ze misschien toch realistischer zouden moeten schrijven. Ze antwoordt dat het voor haar makkelijker is om zich aan de satire te onttrekken, omdat ze zelf niet Maleisisch is maar uit India komt en een deel van de tijd in de VS woont. Ze zegt dat in China schrijvers momenteel mogen zeggen wat ze willen zolang ze het maar in het Engels doen, omdat er dan toch maar een heel klein clubje luistert. In India daarentegen wordt het steeds moeilijker zegt ze.

Dan volgt er een gesprek over het feit dat jonge schrijvers in Maleisie geen boodschap meer hebben aan het concept nationale identiteit, en dat ze meer op zoek zijn naar persoonlijke, individuele vragen en emotionele waarheden. Is dat een teken van blikverruiming of juist – vernauwing? De discussie hierover is voor de buitenlanders niet helemaal te volgen. Maaza heeft weer een mooie oneliner paraat: ‘Its the role of the writer to remain stateless.’   


vlnr: Abeer Soliman, Maaza Mengiste, Rodaan al-Galidi en Gunduz Vassaf

Er wordt ook gesproken over eendimensionaal denken in goed en kwaad, en hoe killing dat is voor het maken van goede literatuur. ‘Critizise your sense of truth otherwise your characters aren’t truthful’, zegt Gunduz en hij citeert ook Rimbaud: ‘I am my other also.’ Mengiste onderschrijft dit met het voorbeeld dat keizer Mengistu, die in Ethiopie veel mensen heeft laten ombrengen, twee kinderen heeft die de aardigste en meest genereuze mensen zijn die je maar kunt ontmoeten. Dat een monster als hij twee engelen kan voortbrengen, geeft te denken over goed en kwaad.

Tijdens de lunch vindt een boekpresentatie plaats en worden er opnieuw fragmenten voorgelezen in het Indonesisch.

Tijdens het middagprogramma volgen meer voordrachten en discussies. In overleg met de moderator wordt een andere werkwijze gehanteerd: niet eerst alle voordrachten en dan pas discussie, maar de voordrachten door de gesprekken heen weven. Dat werkt veel beter.

Abeer vertelt over haar aanwezigheid op het Tahirplein en ontvangt een warm applaus. Ze vertelt dat zij schrijft over werkelijke gebeurtenissen, maar er wel mee speelt om er een goed verhaal van te maken. Overigens ziet zij zichzelf niet als schrijver, maar als verhalenverteller. Ze vertelt hoe ze voor de revolutie als vrouwen waren overgeleverd aan sexual harrassment, en hoe ze onder de indruk was van het feit dat op het Tahirplein met al die duizenden mensen bij elkaar geen vrouw werd lastig gevallen.  Sinds afgelopen jaar hebben veel vrouwelijke bloggers hun boeken gepubliceerd en zijn er twee vrouwelijke presidentskandidaten.

De Maleisische Chuah Guat Eng zegt dat alles wat een mens onder woorden brengt fictie is, een constructie. Het begrip Waarheid is zo groot dat het niet onder woorden gebracht kan worden. Veel feiten zijn fictie. Het doel van fictie is volgens haar om mensen te helpen om op een andere manier te denken en naar de wereld te kijken. Zelf wil ze de wereld altijd op eindeloos veel verschillende manieren bekijken, dat is voor haar een tweede natuur. Er zijn zoveel visies mogelijk dat zij er geen eenduidige mening op na kan houden: ‘I write fiction because I am incapable of having an opinion.’


links een studente, rechts de Maleisische schrijfster Chuah Guat Eng

Moet je schrijven over wat je kent, of kun je ook schrijven over wat je niet kent? Chuah Guate Eng haalt Toni Morrisson aan, die zegt dat schrijven over wat je niet kent je horizon verbreedt. Chuah doet nog een mooie uitspraak over wat inspiratie is: ‘An idea comes to my head when meaning touches me.’

Rodaan krijgt uit de zaal de vraag hoe hij naar Nederland is gevlucht. Hij vertelt een grappig verhaal over valse paspoorten en zijn eerste kennismaking met Nederland. De vragensteller concludeert uit zijn vrolijke reactie dat hij veel geluk heeft gehad. Dan zegt Rodaan serieus: ‘Nee, u vergist zich. Maar ik heb besloten een positieve instelling te hebben, want ik weiger om me verzuurd of verbitterd te laten maken.’ Zijn opmerking maakt indruk, evenals zijn poëzie-voordracht waarmee de dag wordt afgesloten – met een daverend applaus door een afgeladen volle zaal – ik schat weer zo’n 150 mensen publiek.

De avond mogen we vrij besteden. Maaza, Abeer ,Gunduz en ik bezoeken een schitterende mimevoorstelling. Na afloop willen de acteurs met ons op de foto, en het publiek ook, alsof wij de sterren van de avond zijn in plaats van de acteurs. Dit ritueel zal zich nog vele malen herhalen tijdens deze reis.


Link | Leave a comment | Share

schrijverstournee Kuala Lumpur en Makassar juni 2011 dag 2

Feb. 3rd, 2012 | 01:46 pm

Donderdag 9 juni

Aankomst ’s ochtends vroeg in Kuala Lumpur, waar Gunduz Vassaf net een half uur eerder is gearriveerd. We worden opgewacht door een chauffeur die ons met de bus naar het hotel brengt. In de bus vertelt Ton een prachtig verhaal over een oude Nederlandse vriend die het dertig jaar terug had aangelegd met een Griekse vrouw, voor wie de familie een andere, Griekse echtgenoot in gedachten had. De vrouw trouwde met de Griek, en de Nederlander kreeg een vakantiehuis op de Peleponesus cadeau. We speculeren er lustig op los: was het huis bedoeld als troostprijs, of als zwijggeld? En waarom had de Nederlander het aangenomen?

Het hotel is heel aangenaam, kleinschalig, veel natuurlijke materialen. Grote verrassing: op de kamers is er een groot tv-scherm mét internetverbinding aanwezig.

We hebben nog geen van allen veel zin om te gaan rusten en verkennen gevieren de stad. We lopen door de drukkende hitte naar de Central Market en komen niemand anders tegen die zo gek is om zich lopend door de stad te verplaatsen. De markt zelf blijkt overdekt en heerlijk koel. Rodaan onderhandelt vrolijk maar scherp met verkopers van sierraden en kleurige sjaals en stelt Ton aan iedereen voor als zijnde zijn vader. Dat blijft de rest van de dag een running gag.

In een van de standjes is een waterbassin vol zwarte krioelende vissen, die tegen betaling het eelt van je tenen en voetzolen af knabbelen. Het kriebelt verschrikkelijk en ik krijg er de slappe lach van. Ton legt dit wreed vast met zijn camera, om me er later publiekelijk mee te kunnen vernederen of chanteren. De beheerster van deze bijzondere attractie laat ons ook nog even voelen aan haar zijdezachten voetzolen en onderarmen, als bewijs dat het écht werkt.

Nadat Gunduz en ik een klein cameraatje hebben aangeschaft en Rodaan de zoveelste verkoopster tevergeefs ten huwelijk heeft gevraagd, gaan we terug naar het hotel.


verkoopster die zojuist door Rodaan ten huwelijk is gevraagd

We ontmoeten daar Bernice, de organisator van het eerste Writers Unlimited festival in Kuala Lumpur en gaan met haar lunchen bij een van de straatkraampjes. Ze geeft ons informatie over het programma van de komende dagen en overhandigt iedereen een mapje waarin alles nog eens keurig op papier staat.

Na de lunch arriveren ook Maaza en Abeer in het hotel.

Rodaan en Ton gaan met de bus naar een radio-studio voor een interview met Amir Muhammad en Dipika Mukherjee, een van de lokale schrijfsters die deelneemt aan het festival. 

's Avonds eten we met elkaar en Bernice weer bij een van de straatkraampjes – het eten is er uitstekend: veel rijst, kip, garnalen, vis.

Na het eten geven Maaza, Abeer, Gunduz en ik ons over aan een voetenmassage door onverstaanbare Chinezen in een zaakje naast het hotel, een van de ontelbare massageshops die Kuala Lumpur rijk is.


Link | Leave a comment | Share

schrijverstournee Kuala Lumpur en Makassar juni 2011 dag 1

Feb. 3rd, 2012 | 01:34 pm

Woensdag 8 juni

Vertrek om 12 uur vanuit Schiphol met Ton, Judith en Rodaan Al-Galidi. We drinken nog even koffie met Mireille Berman van het Fonds voor de Letteren, die op weg is naar Londen en voor ons nog een in het Indonesisch vertaald kinderboek bij zich heeft: Brief aan de Koning. Lily (organisator van het festival in Makassar) heeft ons speciaal verzocht kinderboeken mee te nemen, dus ik heb ook nog twee boeken van Dick Bruna en een van Max Velthuis in de koffer mee, naast een gerookte en goed vacuum verpakte haring voor het visdiner van de laatste avond.

Rodaan vertelt ons hoe hij destijds vanuit Irak naar Nederland is gevlucht en hoe zijn humor hem door diverse controles heen loodste. Zijn humor blijkt ook tijdens deze tournee een wondermiddel. Niemand die zo positief en zo communicatief is ingesteld als Rodaan al-Galidi, een dichter die eigenlijk geen taal nodig heeft om mensen te raken omdat zijn lichaamstaal boekdelen spreekt.



met Gunduz Vassaf en Rodaan Al- Galidi

Link | Leave a comment | Share

Elfenpower

Jun. 2nd, 2009 | 07:45 pm

Mijn ene dochter houdt niet van fietsen en mijn andere dochter houdt niet van zand. Dus moet ik bij mooi weer soms iets anders verzinnen dan naar het strand of de duinen fietsen. Afgelopen weekend was het  mooi weer. Dus wij op zoek naar vermaak in een Haarlems park, waar De Dag van het Park werd gevierd.
We zagen twee glanzend witte paarden die als gevleugelde eenhoorns waren verkleed, met daarop twee meisjes in zilverwitte elfenkleding. Ze staken sprookjesachtig licht af in het zonlicht tegen het frisse groen van de bomen. Onze dochters van 9 en 11 vonden het allemaal heel kinderachtig, maar bleven toch langer dan strikt noodzakelijk staan kijken naar de voorstelling. Een derde elfenmeisje, dat tussen de eenhoorns en het publiek op de grond stond, blies de aanwezige peuters elfenpower toe, waarmee de kinderen, met één klap in hun handen, de twee eenhoorns een rondje konden laten draaien. Na elke geslaagde tovertruuk riep het elfenmeisje triomfantelijk: Elfenpower!
We dwaalden nog wat door het park, kregen ruzie omdat onze dochters zelfs hier niets leuk vonden, en besloten toen maar weer naar huis te gaan. Bij de uitgang van het park stonden we nog even te kijken hoe de eenhoorns weer in paarden veranderden. De vleugels werden zorgvuldig opgevouwen en verdwenen in een speciaal daarvoor bestemde kist; voor de hoorn was er een koker. De paarden stonden er naakt bij. Ineens zagen we hoe onderaan de buik van het paard een roze steel begon te groeien en de vormen van een gigantische stamper aannam. Ik keek opzij of mijn dochters het ook zagen. En ja hoor, ze stootten elkaar aan en wezen elkaar breed grijnzend op dit machtige verschijnsel. Eindelijk viel er iets te beleven. Triomfantelijk verklaarde mijn jongste dochter dit wonder aan haar zus: Elfenpower.

Link | Leave a comment {2} | Share

Stofzuiger van levensverhalen

Mar. 3rd, 2009 | 10:55 am

Vlak voor het avondeten glipte ik nog even naar buiten om sambal te halen voor onze gado gado. Toen ik geruime tijd later met mijn boodschappentas terugkeerde, vroegen man, vrienden en kinderen ongeduldig waar ik al die tijd had uitgehangen. 'Zeker een biertje gaan drinken met die leuke skileraar!'  zei mijn man quasi-jaloers. 'Of een lekkere crepe gaan eten in het dorp!' vermoedde mijn jongste dochter die dat zelf blijkbaar graag had willen doen.
We logeerden bij een bevriend gezin, dat beschikt over de luxe van een eigen appartement  in een Zwitsers bergdorp. Elk jaar worden we hier hartelijk verwelkomd door het Spaanse conciërge-echtpaar van het complex. De vrouw des huizes doet meestal het woord; haar teruggetrokken echtgenoot scharrelt altijd wat rond in het halfduister achter haar.
Zij heeft piekerig haar en een wat slonzig uiterlijk, maar een heel vriendelijke uitstraling. Ze informeert altijd geïnteresseerd naar mijn kinderen, met wie ze zich verwant voelt omdat die oorspronkelijk ook uit een Spaanstalig land afkomstig zijn. Elk jaar constateert ze met enige spijt dat ze nog altijd niet behoorlijk Spaans spreken.
Ook nu informeerde ze naar de kinderen. Ze stond de gang te dweilen, maar zette haar dweil speciaal even tegen de muur om naar mijn antwoord te luisteren. Ik liet mijn boodschappentas met het potje sambal en andere overbodige inkopen dus ook maar even op de grond zakken en vertelde dat het met allebei erg goed ging. Dat de jongste net negen was geworden en dat de oudste van elf nu al in de puberteit kwam. Dat kende ze wel. Haar dochter, nu achttien, was nog steeds heel lastig, en ook met haar zoon van zestien had ze veel te stellen. 'Ik denk dat ik ze te beschermd heb opgevoed,' zei ze. 'Hoezo dan?' vroeg ik belangstellend. Het licht in de gang, dat automatisch is afgesteld, floepte ineens uit. Zij drukte snel op het lichtknopje. 'Mijn oudste dochter is omgekomen door een auto-ongeluk. Ik was hoogzwanger van de tweede. Daarna was ik altijd bezorgd dat mijn andere kinderen iets zou overkomen. Dat nemen ze me kwalijk. Ze vinden dat heel benauwend.' Ik voelde dat ik nu naar het gestorven kind moest vragen. 'Is het hier in het dorp gebeurd?' vroeg ik.
'Ja', zei ze. 'Mijn man kwam terug van zijn werk. Zij wilde hem tegemoet lopen, en ik vond dat goed. Ze was acht, en ze wilde graag alleen naar buiten. Ze zag hem aan de overkant van de straat en rende naar hem toe. Het was tegenover het toeristenkantoor Ik vermijd die plek nog altijd.' Ik vroeg me af hoe ze daarin slaagde, want het was de hoofdstraat van het dorp. Het licht floepte weer uit, en nu was ik degene die het weer aandeed. 'Mijn man wilde haar in Spanje begraven, maar ik kon de gedachte niet verdragen dat ze zo ver bij me vandaan was. Bovendien mocht ik niet in het vliegtuig omdat ik zeven maanden zwanger was. Dus hebben we haar hier begraven.'
Ze was even stil. Ik realiseerde me dat ze boven op me zaten te wachten, maar ik durfde het gesprek nu niet af te breken. Haar ogen stonden vol tranen, en de mijne trouwens ook. Ik omhelsde haar en zei: 'Wat heb jij het zwaar gehad.' Ze knikte en vervolgde: 'Vorig jaar reorganiseerden ze het kerkhof en zou er iemand vlak bij haar komen liggen. Ik wilde niet dat ze haar plek met iemand anders moest delen. Toen hebben we haar  alsnog naar Spanje gebracht. Daar hebben we een familiegraf. Mijn man heeft daar ook een huis laten bouwen.'
'Wanneer gaan jullie daar wonen?' vroeg ik. 'Ik weet het nog niet', zei ze mismoedig. 'We overwegen het te verkopen. De kinderen willen niet terug naar Spanje. Zij hebben hun leven en hun vrienden hier.' Het werd weer donker. Nu duurde het even voor zij het initatief nam op de knop te drukken. De natte vloer was inmiddels opgedroogd. 'Toen we naar Spanje gingen om haar opnieuw te begraven hielden we daar een familiereünie. Ik ben de jongste uit een gezin van zeven kinderen. We zijn allemaal uitgewaaierd over de wereld. De een woont in Brazilië, de ander in Duitsland. Het was fantastisch om ze allemaal weer bij elkaar te hebben.' Haar gezicht kreeg weer een opgewekter uitdrukking. 'Mijn oudere broers en zussen haalden allemaal herinneringen op,' vertelde ze. 'Er werd veel gelachen. Ik lachte mee, maar ik herinnerde me van vroeger eigenlijk alleen nog dat er steeds weer een broer of zus naar het buitenland vertrok. Ik moest ze allemaal opnieuw leren kennen.'
Voor de laatste keer drukte ik op het lichtknopje. 'Ik moet naar boven,' zei ik, 'ze wachten op me met het eten.'
In de warme geborgenheid van ons appartement deed ik het verhaal van mijn ontmoeting met de conciërge. Mijn geliefde vroeg weer quasi-jaloers: 'Wat heb jij toch dat mensen altijd hun hele doopceel bij jou lichten? Jij bent gewoon een stofzuiger voor levensverhalen!'

Link | Leave a comment | Share

Fay Weldon en Kristien Hemmerechts

Feb. 26th, 2009 | 09:27 am

Fay Weldon is 78 jaar en slecht ter been, maar scherp en witty as ever. Kristien Hemmerechts ondervroeg haar gisteren in Pakhuis de Zwijger over haar nieuwste roman Dagboek van een stiefmoeder. Het was alweer de laatste Read my Lips avond in deze reeks. De zaal zat bomvol met zo'n 150 vrouwen en een enkele man. Weldon's vierde of vijfde echtgenoot, die  wel aanwezig was bij het etentje vooraf, mocht van Fay niet bij het avondprogramma zijn. 'Dan kan ik niet vrijuit liegen,' verklaarde ze desgevraagd. De artistiek ogende man - een stuk jonger dan Fay, kaal, bril met zwart montuur, vrolijk tropisch groen shirt met rode chilipepers - leek er niet mee te zitten. Tijdens het eten vertelde hij me enthousiast dat hij zijn shirt had gekocht in een zaak waar ze alleen maar attributen met rode chilipepers verkochten. Verder ging het tafelgesprek over moeders die de dood van hun kinderen hadden veroorzaakt. Door de zwarte humor en Engelse understatements die over tafel werden gestrooid droeg dat gruwelijke onderwerp bij aan de feestvreugde.
Kristien hield een schitterende inleiding over het werk van Fay Weldon en liet zich niet uit het veld slaan door de haperende microfoons als gevolg van een kortsluiting. Gelukkig was het probleem hersteld voordat Fay met haar zachte stemgeluid het woord kreeg.
Fay vond dat kinderen de grote verliezers zijn in de huidige trend van scheidingen en nieuw samengestelde gezinnen. Zij moeten zich voegen naar de grillen van hun ouders, en eenmaal volwassen zich ongans eten bij al die kerstdiners van nieuwbepartnerde ouders en schoonouders. Stiefkinderen hebben het niet makkelijk en maken het hun stiefouders dus ook niet makkelijk. Zelf vond ze achteraf dat ze haar stiefdochter te dicht op haar huid had gezeten, door te proberen een vervangende moeder voor haar te zijn. De dochter was van huis weggelopen en op haar zestiende een eigen gezin begonnen. 'Maar een gezin met ouders die wel bij elkaar blijven kan ook heel beklemmend zijn,' wierp Kristien tegen, en ze vroeg Fay hoe het dan wel moest. 'Have affairs!' was Fays montere advies.
Uit de zaal kwam de vraag of Fay zichzelf als feministisch bestempelde. Met pretoogjes en een uitgestreken smoel zei ze: 'Yes I am a feminist. Alleen hebben duizenden andere vrouwen vreemd genoeg een andere opvatting van feminisme. Die zullen het dus wel bij het verkeerde eind hebben.'

Link | Leave a comment | Share

Julia Franck en Rascha Peper bij Read my Lips

Nov. 25th, 2008 | 09:36 pm

Ik kom net tot de ontdekking dat je via de Read my Lips agenda op de website van Women Inc http://www.womeninc.nl/?nid=57 kunt doorklikken naar mijn blog, terwijl ik hier over dwerghamsters en zuchtmeisjes babbel, en nog geen enkel verslag heb gedaan van de laatste bijeenkomsten. Gauw goed maken!
Het nieuwe seizoen opende in september met Rascha Peper en Julia Franck, geïnterviewd door Hassnae Bouazza. Hassnae bleek een uitstekende moderator, onbevangen en oprecht nieuwsgierig. Beide auteurs bekeken in hun nieuwste boeken de wereld vanuit kinderperspectief; en beiden zagen een wereld vol seks, dood en eenzaamheid. Peper weet in haar boek heel mooi de ervaringen van een meisje uit de 18de eeuw te vervlechten met die van een jongetje uit onze tijd. Beiden wonen op de Bloemgracht in Amsterdam. Het meisje heeft haar familie verloren en woont in bij de familie Ruysch, waar niet alleen dieren maar ook ongeboren kinderen op sterk water worden gezet; de jongen is kind van gescheiden ouders en heeft dezelfde fascinatie voor dit geconserveerde dode leven als het meisje. De herinneringen aan opmerkingen van haar eigen zoon, toen hij tien was, hadden Rascha Peper geholpen zich in te leven in de jonge hoofdpersonen van Vingers van marsepein. Haar zoontje had haar als tienjarige bijvoorbeeld gevraagd waar de uren bleven als je in een vliegtuig naar een gebied met een andere tijdzone vloog.
Julia Franck, van een jongere generatie, putte voor haar boek De middagvrouw juist uit de jeugd van haar vader. Hij was in de oorlog als jongetje door zijn alleenstaande moeder in de steek gelaten. Ze liet hem op een perron achter met de woorden: 'ik kom zo terug', om voorgoed uit zijn leven te verdwijnen. Julia Franck vertelde hoe deze traumatische ervaring haar vader had getekend, en hoe hij er later ook niet in slaagde een echte vader voor haar te zijn, zodat ook haar moeder haar als alleenstaande moeder had opgevoed. Die was daar trouwens evenmin erg goed in geweest. Julia Franck op haar beurt was nu zelf ook weer een single mom. Gelukkig was haar eigen ex wel betrokken bij de opvoeding van hun twee kinderen.
Haar persoonlijke verhaal maakte veel indruk. En haar verschijning trouwens ook. Julia Franck heeft prachtig lang zwart haar en een heel zwoele stem, die Hassnae Bouazza deed verzuchten dat als ze op vrouwen viel...
Ja Hassnae, ik ook!

Meer lezen over Julia Franck? Mijn interview met haar in NRC van 26 september vind je op http://docs.google.com/Doc?id=dg652c5d_159fmz27gcq

Link | Leave a comment | Share

Dwerghamsters zijn slimmer dan je denkt

Nov. 20th, 2008 | 10:23 pm

Een huis vol dieren: het idee is best romantisch. Zolang het maar niet mijn huis is dat stinkt naar kattenpis, waar de vlooien naar je benen happen en de uitgevallen haren aan je trui kleven. Jarenlang heb ik de kinderen wijsgemaakt dat ik allergisch was voor huisdieren. Toen ze ontdekten dat die allergie niet lichamelijk, maar geestelijk was, kwam het offensief goed op gang. Vriendinnetjes van school hadden thuis een hond, twee poezen, drie konijnen en vier hamsters en vijf vissen. Bij die vriendinnetjes thuis was het veel gezelliger dan bij ons. Zij verveelden zich nooit. Als ze niemand hadden om mee te spelen, dan gingen ze niet zeuren, maar vermaakten zich met hun dieren.
Eerst wilden mijn dochters een hond. Toen ik ze vertelde over de hoeveelheid werk die een hond met zich meebrengt, krabbelden ze terug. Dan wilden ze wel een poesje. Niet liever een wandelende tak of een goudvisje? opperde ik schijnheilig. Maar nee, het huisdier moest op zijn minst aaibaar zijn. Na enig onderhandelen wist ik de schade te beperken tot twee dwerghamsters. Onlangs zijn Hammie en Strombolie bij ons ingetrokken. Ik moet toegeven dat ze klein zijn, maar van de juffrouw van de kinderboerderij waar we ze gingen halen, moesten ze in een heel groot hok, anders was het zielig. Ze liet ons niet gaan voordat we er twee gekocht hadden, want ze mochten niet in hetzelfde hok, dan zouden ze gaan vechten. We moesten ook nog papieren tekenen waarin we beloofden dat we bij ziekte naar de dierenarts zouden gaan. Het ketste nog bijna af op mijn onvermogen de naam van de dierenarts te noemen, maar ik redde me eruit door geïnteresseerd te informeren welke dierenarts de beste was. De hamsters zelf lachten zich intussen gek.
De hele middag waren we bezig met het installeren van de twee paleizen van onze nieuwe bewoners. Molentjes, trapjes, huisjes, toiletten, bakjes om uit te eten en druppelflesjes om uit te drinken, het mocht ze aan niets ontbreken. Het kroonstuk was een voor een normaal, ongeduldig mens nauwelijks in elkaar te zetten buizensysteem dat zich om het hok heen slingerde, als de buitenboordglijbaan in een tropisch zwembad. Wij dachten dat deze plastic rups bedoeld was om Hammie en Strombolie naar hartelust in te laten klimmen. Maar de hamsters hebben zo hun eigen opvattingen over de functie van de buizen. Als je het hoogste punt opzoekt en daar plast, geeft dat een machtig gevoel! En als je het maar vaak genoeg doet, blijft het resultaat ook op langere termijn zichtbaar!  Dwerghamsters zijn slimmer dan je denkt.
's Avonds vertrek ik opgelucht naar mijn heilige sportavondje. Terwijl ik me in de kleedkamer in mijn sportkleding hijs, belt mijn oudste dochter Luisa mij in tranen op. Hammie is ontsnapt! We kunnen hem nergens meer vinden! Wil je alsjeblieft thuiskomen om hem te zoeken? Ik ben zo bang dat ik per ongeluk op hem trap! Als ik hem niet vind kan ik echt niet slapen!
Zuchtend fiets ik weer naar huis. Na een uur zoeken vinden we Hammie triomfantelijk grijnzend onder het bed. Het is waar: met zo'n huisdier hoef je je nooit  te vervelen.

Link | Leave a comment | Share

Wiegedood

Oct. 13th, 2008 | 03:39 pm

Onlangs werd een nichtje van mij getroffen door een grote ramp. Ze ging haar zes maanden oude baby ophalen bij de creche. De leidsters zeiden dat het kind nog sliep. Ze besloot eerst maar haar driejarige dochtertje op te halen, en dan terug te komen voor de baby. Toen ze terugkwam lag het kind nog altijd stil in zijn ledikantje. Bij nadere beschouwing bleek hij dood. Wiegedood. Haar man was in Genève voor een congres van zijn werk. Hij kon op dat moment geen vliegtuig terug krijgen. Een vriend reed hem met de auto terug naar Amsterdam. Zijn vrouw heeft dus nog vrijwel de hele nacht op hem moeten wachten.
Op de begrafenis verzekerden de ouders van het kindje de aanwezigen dat niemand enige schuld trof. Achter mij stonden de crecheleidsters luidkeels te snikken. Naast het afschuwelijk kleine kistje waren dia's te zien van het blakend gezonde baby'tje in de armen van zijn trotse zusje, en van zijn stralend gelukkige moeder en vader. Het was niet om aan te zien.
Toen buiten de balonnen waren losgelaten mochten we de ouders condoleren. Wat moet je dan in godsnaam zeggen. Ieder troostend woord klinkt zo godvergeten aanmatigend, en toch, je bent gekomen om te troosten.
Mijn oom, die net als ik de baby nog niet in levende lijve had gezien, probeerde ze een compliment te maken over de wijze waarop ze de begrafenis vorm hadden gegeven. 'Mooi dat jullie die foto's lieten zien. Daardoor gaat het allemaal veel meer ... leven,' wilde hij zeggen, maar vlak voordat hij dat laatste woord uitsprak realiseerde hij zich de misplaatstheid ervan. Hij onderbrak zichzelf en begon zijn zin opnieuw: 'Daardoor krijg je er veel meer een beeld bij.' De vader van het kindje bedankte hem beleefd. 'We vinden het fijn en heel dapper dat er zoveel mensen zijn gekomen,' zei hij vriendelijk. Hij leek zich te schamen over het ongemak dat hij de gasten bezorgde door ze met een dode baby te confronteren. Het is ook genant. Kinderen horen niet dood te gaan. Het zou bij de wet verboden moeten worden.

Link | Leave a comment {3} | Share